Startpagina Actueel

“Limburgse landbouwers blijven niet bij de pakken zitten”

Op 24 oktober ging uiteindelijk weer het Provinciaal Landbouwcongres van Limburg door. De titel ‘De kracht van de Limburgse landbouw’ zei genoeg: Limburg herbergt én is trots op de vele soorten aanwezige landbouw. Gedeputeerde Inge Moors schetste mooi het Limburgse landschap en dito realisaties.

Leestijd : 4 min

E en provinciaal landbouwcongres, het idee bestond al wel wat langer. Limburg organiseerde de eerste editie in 2018, in Thor Central in Genk. Het zou een evenement zijn dat om de 2 jaar zou terugkomen. De coronapandemie strooide echter roet in het eten, maar recent ging dan toch de tweede editie door.

Gedeputeerde van Landbouw en Platteland Inge Moors sprak toen al over de woelige tijden voor de land- en tuinbouw. Ze herinnert het zich nog goed: “Toen was er sprake van de melkprijs die na een woelige periode opnieuw aantrok, van een suikerbietenoogst die alle records brak, van prijsdruk in de graanteelt, gestegen prijzen voor varkensvlees, fipronil in eieren, dramatische aardappelprijzen en van één vorstnacht die de appeloogst decimeerde.”

Nog altijd geen gemakkelijke tijden

Sinds 2018 is het leven voor de land- en tuinbouwer er zeker niet gemakkelijker op geworden. Moors meldde een hele resem aan nieuwe en bestaande uitdagingen in de sector. “Ik spreek dan over omzetstijgingen die tenietgedaan worden door een exponentiële stijging van de kosten, appels die aan de bomen blijven hangen door extreem lage marktprijzen, een stikstofkader dat zorgt voor heel veel juridische onzekerheid, een dalende varkensproductie, serres die door onbetaalbare energie leeg zullen blijven staan... En dat is maar een greep uit de uitdagingen die onze agrarische sectoren momenteel doormaken.”

Voor haar is de land- en tuinbouwer echter uit het juiste hout gesneden. “Ik stel vast dat onze land- en tuinbouwers niet bij de pakken blijven zitten en dat ze de handschoen voluit opnemen. En dat is voor mij als gedeputeerde van Landbouw dan ook een expliciet teken van de echte kracht van onze Limburgse land- en tuinbouwsector.” Moors gaf bijgevolg ook aan de sector te blijven ondersteunen in de huidige economisch moeilijke tijden.

Gediversifieerde landbouw

Een kort overzicht van de land- en tuinbouwsector in Limburg kon niet uitblijven op het landbouwcongres. Zo meldde ze dat alle agrarische deelsectoren in de provincie Limburg in 2020 samen een productiewaarde van 706 miljoen euro vertegenwoordigden. Dat is 12% van de totale productiewaarde op Vlaams niveau. “Hierbij valt vooral het aandeel van de Limburgse fruitteelt op: bijna 60% van de Vlaamse productiewaarde in de fruitteelt wordt in onze provincie gerealiseerd.”

Ook de belangrijke akkerbouwgebieden in het zuiden van de provincie dragen in grote mate bij tot de omzetwaarde van de Limburgse agro-cluster. De Limburgse suikerbietenteelt vertegenwoordigde in 2014 bijna 21% van de Vlaamse productiewaarde. De Limburgse zandgronden in de regio Kinrooi zijn dan weer zeer geschikt voor de teelt van asperges, met een areaal van 332 ha in 2017. “Ik meen te mogen zeggen dat voorgaande aantoont dat de Limburgse land- en tuinbouwsector nog steeds een zeer gediversifieerde en dynamische sector is”, zei Moors trots.

Een studie die werd uitgevoerd door de verschillende provinciale besturen toonde aan dat er in Limburg een 3.300 bedrijven actief zijn in het agrobusiness-complex. “Alle deze bedrijven genereerden samen een omzetwaarde van bijna 8 miljard euro, primaire productie inbegrepen”, wist ze te vertellen.

Gebalanceerd beleid nodig

Moors gaf daarnaast mee dat economische afwegingen in de land- en tuinbouwsector hand in hand dienen te gaan met het duurzaam gebruik en duurzame invulling van de agrarische ruimte. “Een hoogstaand kwalitatief landbouwlandschap draagt immers bij tot harmonie tussen de landbouwsector en de andere gebruikers ervan.”

In haar legislatuur legde ze daarom de nadruk op onderzoek, diversificatie, landschappelijke integratie en kennisdoorstroming. Voor haar is het echter belangrijk dat de regionale identiteit van de provincie naar voren blijft komen. “Hierbij denk ik voor Limburg aan de sterke verankering van de fruitteelt in Zuid-Limburg, aan de intensieve veehouderij in het noorden van Limburg en aan de sterke vertegenwoordiging van akkerbouwteelten in wat ik altijd de mooiste akkerbouwstreek van Vlaanderen noem.”

Veel provinciale realisaties

Tijdens haar uiteenzetting lichtte ze ten slotte een aantal provinciale realisaties van de afgelopen jaren specifieker toe. Eerst vermeldde ze de 3 provinciale praktijkcentra pcfruit, Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) en PIBO-campus. “Zij ondersteunen onze land- en tuinbouwers niet alleen in dagdagelijkse beslissingen met een directe economische finaliteit, zoals bijvoorbeeld rassenkeuzes, maar staan ook in de voorhoede bij het ontwikkelen en implementeren van nieuwe productiemethodes. In 2022 zullen de Limburgse praktijkcentra in totaal 1,325 miljoen euro aan provinciale werkingsmiddelen ontvangen, waarmee meteen het belang van de praktijkcentra wordt benadrukt binnen het regionale landbouwbeleid.”

Een andere realisatie hoort onder het eerste SALK-programma (Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat): een mestsilo in Zuid-Limburg op een terrein dat geëxploiteerd wordt door pcfruit. “Om het overaanbod aan mest in het noorden van Limburg af te stemmen op de grote vraag in Zuid-Limburg, is er met de mestsilo nu een voorziening die de vraag- en aanbodzijde op een praktische manier met mekaar linkt. Complementair aan de geïnvesteerde Vlaamse middelen, heeft de provincie Limburg 350.000 euro aan middelen geïnvesteerd om dit project te realiseren.”

Het Centrum voor Innovatief Agrarisch Ondernemen (Ciago) zet ze ook in de aandacht. “We stelden vast dat er een vraag was naar een Limburgs aanspreekpunt of naar ondersteuning bij de valorisatie van primaire productie. Met Ciago willen we innovatief ondernemerschap ondersteunen, om zo ons Limburgse terrein te opwaarderen. Over een periode van 5 jaar zal het provinciebestuur hier 1,5 miljoen euro aan middelen besteden.”

Ze gaf ook aan de Limburgse hoeve- en streekproducten te willen versterken. In Limburg bestaat zo de hoeve- en streekproductenmarkt Agricultura, en het online platform ‘Limburg Smaakt naar meer’. “Andere initiatieven, zoals Steunpunt Groene Zorg, de vzw Plattelandsklassen of het Limburgs Steunpunt Rurale Ontwikkeling, passen ook perfect in de context van het professionaliseren van multifunctionele landbouw.”

Een laatste provinciaal initiatief dat ze vermeldde, was ‘Boeren planten bij boeren’. “Hierbij worden land- en tuinbouwbedrijven landschappelijk geïntegreerd. Dit project heeft er in de afgelopen jaren voor gezorgd dat er honderdduizenden planten de grond in gingen.”

Marlies Vleugels

Lees ook in Actueel

Tips voor het nieuwe bemestingsseizoen dat start op 16 februari

Akkerbouw Voor de waterkwaliteit is het belangrijk dat de landbouwers op een oordeelkundige manier bemesten volgens de 4 j’s, zodat meststoffen maximaal naar de plantgroei gaan en zo min mogelijk uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater. Dat kan door de juiste mestsoort en juiste dosis te gebruiken, op het juiste tijdstip te bemesten en met de juiste bemestingstechniek. De Vlaamse Landmaatschappij(VLM) geeft meer uitleg.
Meer artikelen bekijken