SoilCare: voor rendabele en duurzame gewasproductie in Europa

Strip-till in bestaande grasmat
Strip-till in bestaande grasmat - PIBO-campus

De degradatie van landbouwgronden is een groot probleem zowel voor de landbouwers als voor het milieu in Europa. Intensieve landbouwpraktijken zoals zware bewerking (ploegen), monocultuur, onvoldoende gewasrotatie, het gebruik van zware machines en het onduurzaam gebruik van agrochemische middelen zijn belangrijke key drivers van bodemafbraak. Hoewel er tal van goed gekende teelttechnieken bestaan die kunnen bijdragen tot de verbetering van de bodemkwaliteit, zoals aangepaste gewasrotaties, gewasdiversificatie, verminderde of geen bodembewerking, mulchen en het gebruik van groenbedekkers, blijft de praktijktoepassing van deze technieken meestal beperkt in Europa, ondanks de diverse stimulansen vanuit het beleid.

In dit kader werd in 2016 een nieuw Europees project opgestart, SoilCare genaamd. Dit project heeft als doel teeltsystemen en landbouwtechnieken in kaart te brengen die kunnen bijdragen tot de verbetering van de bodemkwaliteit en zodoende ook tot de rendabiliteit en duurzaamheid van de landbouw in Europa. Het project is een samenwerking tussen 28 partners uit verschillende Europese landen en wordt gecoördineerd door Alterra (Nederland).

In België is de Bodemkundige Dienst verantwoordelijk voor de uitbouw en opvolging van een studiegebied gelegen in de gemeenten Lubbeek, Bierbeek en Boutersem, ten oosten van Leuven. De Bodemkundige Dienst van België verzorgt er, in samenwerking met de KU Leuven, de aanleg en opvolging van veelbelovende teeltsystemen en is verantwoordelijk voor de productieve samenwerking met alle Vlaamse stakeholders.

BodemVerbeterende TeeltSystemen

BodemVerbeterende TeeltSystemen (BVTS) hebben betrekking op zowel het gewastype, de gewasrotatie als de hieraan gekoppelde teeltpraktijken. BVTS verbeteren de bodemkwaliteit, en dus ook de bodemfuncties, en hebben een positieve impact op de rendabiliteit en duurzaamheid van de teelten.

Op basis van de beschikbare literatuur, empirische bevindingen en overleg met de stakeholders in de verschillende studiegebieden werden binnen het SoilCare-project verschillende categorieën van BVTS geïdentificeerd, gaande van diversificatie van gewasrotaties (gebruik van vlinderbloemigen en stikstoffixerende gewassen, braakperioden, intercropping, ...), bodembedekking (gebruik van groenbedekkers, intercropping, mulching, ...), geïntegreerd nutriëntenbeheer (gebruik van gewasresten, compost, dierlijke mest, precisiebemesting...), verbeterd waterbeheer (irrigatie, drainage), grondbewerking (vermindering of weglaten), geïntegreerde plaagbeheersing, mechanische en manuele onkruidbestrijding, gecontroleerd machineverkeer op het veld (niet op waterverzadigde bodem, verminderd gebruik van zware machines, gebruik van vaste rijpaden,...), enz.

Het Vlaamse studiegebied

Het Vlaamse studiegebied is gelegen in midden België, op het kruispunt van de Vlaamse Zandstreek, de Zandleemstreek en de Leemstreek, en strekt zich uit over de gemeenten Leuven (Heverlee), Holsbeek, Lubbeek, Boutersem en Bierbeek. Landbouw omvat er zowel gemengde als akkerbouw- en fruitteeltbedrijven. De belangrijkste teelten zijn granen, suikerbieten, aardappelen, maïs, grasland en appel- en perenboomgaarden.

In het gebied volgt de Bodemkundige Dienst reeds jarenlang enkele lange-termijnproeven op in verband met bodembewerking (niet-kerende grondbewerking), evenals de intussen reeds 20-jarige gft-compost-proef. Ook andere bodemverbeterende teeltsystemen, zoals het gebruik van diverse soorten groenbedekkers, het aanleggen van dammetjes in ruggenteelten en strip-till werden er reeds onderzocht.

Centraal in het studiegebied ligt ook het Zoötechnisch Centrum, het proefbedrijf van de KU Leuven, waar de Bodemkundige Dienst nauw mee samenwerkt voor de aanleg en opvolging van veldproeven.

SoilCare-veldproeven in Vlaanderen

Specifiek voor het Vlaamse studiegebied werden, na intensief overleg met de stakeholders, een aantal veelbelovende teeltsystemen geselecteerd om verder uit te testen en te demonstreren in de praktijk:

1. het gebruik van bodemverbeterende middelen, zoals gft-compost en houtsnippers, in vergelijking met meer traditionele organische bemesting zoals varkensstalmest;

Houtsnippers (links) en
compost (rechts) toegediend op het SoilCare-proefveld te Lovenjoel
Houtsnippers (links) en compost (rechts) toegediend op het SoilCare-proefveld te Lovenjoel

2. (verminderde-) bodembewerkingstechnieken voor maïs, zoals zaai in bestaande, al dan niet doodgespoten grasmat en strip-till, in vergelijking met klassieke bodembewerking, evenals de onderzaai van gras in maïs;

3. het invoeren van "nieuwe" teelten ("novel crops") in de rotatie, die een gunstig effect kunnen hebben op de bodemstructuur en het bodemleven; voorbeelden hiervan zijn soja, lupinen en veldbonen; in samenwerking met het Land Institute, een onderzoeksinstelling voor plantenveredeling in de Verenigde Staten, worden ook een tweetal ultra-vernieuwende teelten in primeur in België getest, nl. meerjarige tarwe en tarwe-gras.

Het Zoötechnisch Centrum van de KU Leuven heeft reeds sinds 2014 ervaring met de sojateelt.
Het Zoötechnisch Centrum van de KU Leuven heeft reeds sinds 2014 ervaring met de sojateelt.

4. het effect van "vaste rijpaden" voor gewasbespuitingen wordt opgevolgd in een praktijkveld.

In het najaar 2017 werd gestart met de aanleg van de veldproeven in Lovenjoel (Bierbeek), in samenwerking met het Zoötechnisch Centrum van de KU Leuven (contactpersoon Wouter Merckx) en landbouwer Michel Hendrickx, die ervaring heeft met het volgen van vaste rijpaden.

Na de aanleg zullen deze veldproeven in de loop van de volgende jaren (2017-2020) intensief gemonitord worden, zowel voor wat betreft de effecten van de aangelegde teeltsystemen op de bodemkwaliteit (organische-stofgehalte en -dynamiek, bodemleven, bodemstructuur, nutriëntenlevering en -uitspoeling, ...) als op de opbrengst en rendabiliteit van de teelten. Deze monitoring gebeurt in nauw overleg zowel met de landbouwers als met het SoilCare-projectteam en de resultaten worden zowel binnen het studiegebied als op Europese schaal verwerkt, geïnterpreteerd en gepubliceerd.

Mia Tits en Annemie Elsen (Bodemkundige Dienst

van België)

......................Wouter Merckx (Zoötechnisch Centrum,

KU Leuven)

Meest recent

Meest recent