Cichoreitelers zullen 2020 niet snel vergeten

Na alle droogte- en opkomstproblemen die de cichoreiteelt in 2020 kende, bleef een grillige en ontoereikende gewasstand het ganse seizoen merkbaar.
Na alle droogte- en opkomstproblemen die de cichoreiteelt in 2020 kende, bleef een grillige en ontoereikende gewasstand het ganse seizoen merkbaar. - Foto: SS

Een eerste reden om het jaar 2020 als cichoreiteler niet te vergeten is de klimaatverandering met zachtere winters. De winter van 2020 was zo één van de zachtste winters van de afgelopen 200 jaar met maar 13 dagen met een negatieve minimumtemperatuur.

Op het einde van de winter werd het nog eens zeer nat met heel veel regen, zoals in de eerste helft van de maand maart, maar dan kwam het voorjaar en dat was warm, schraal en droog. In Tongeren noteerden ze voor de maanden april, mei en juni tezamen slechts 59 l regen per m2.

Moeilijke bodembewerking

Sander Smets duidt erop dat die klimaatverandering voor een moeilijkere grondbewerking zorgt. Het perceel met cichorei is een leemgrond en is iets ‘taaier’ voor de Tongerse regio. “Dat vergt een andere aanpak”, aldus Smets. Na een voorteelt korrelmaïs werd het perceel op 22 januari geploegd, 2 maanden later werd het ploegwerk afgesleept. Daags nadien, ondertussen eind maart, werd het land opengetrokken met de Canadese eg. Ook werd Bonalan aan een dosering van 8 l/ha toegediend en ingewerkt. Toen al merkten de proefveldmedewerkers van de Pibo Campus dat het moeilijk ging zijn om het zaaibed fijn te krijgen. Er werden enkele passages met een zaaibedcombinatie (Compactor) uitgevoerd om uiteindelijk het land dicht te rollen en het principe van het vals zaaibed toe te passen.

Droog en schraal

Begin april gaf de tweewekelijkse weersvoorspelling nog steeds droog en schraal weer aan en werd uiteindelijk toch beslist om te zaaien. Er waren terug meerdere doorgangen met de zaaibedcombinatie nodig om enigszins fijne grond te bekomen en dat is maar heel beperkt gelukt. Meestal vertoonde de oppervlakte kluiten die zelfs niet met een hamer kapot te slaan waren.

Proefondervindelijk is er de ochtend na de zaai een gedeelte van het ingezaaide veld dichtgerold en een gedeelte niet. De kieming en opkomst was in beide objecten heel traag en beperkt. De regenbuien van eind april en begin mei brachten lichtjes verandering. Vanaf dan kende het gedeelte van het veld dat was dichtgerold een betere opkomst. Eind mei werd uiteindelijk afgesloten met een opkomstpercentage van 53% waar was dichtgerold en 43% waar niet was dichtgerold.

Ruwe plek met veel grondkluiten die werd dichtgerold.
Ruwe plek met veel grondkluiten die werd dichtgerold. - Foto: SS

Grillig seizoen

Het minimale streefdoel van 150.000 plantjes/ha werd net niet gehaald. De opkomstproblemen en de grillige gewasstand kon men tijdens het hele teeltseizoen zien. Na de moeilijke opkomstperikelen kampte het cichoreiveld met duivenschade, wat opnieuw een drama betekende. Sander Smets geeft aan dat diverse technieken zijn toegepast om de duivenschade te bestrijden, maar het bleef een plaag. Uiteindelijk is er op 18 oktober geoogst met een opbrengst van 28 ton/ha (inclusief premie), een cijfer dat erg tegenvalt en dat men het liefst snel vergeet.

Wat kan beter?

Aan het einde van het seizoen overliepen de medewerkers van de Pibo-Campus, samen met de mensen van Beneo, wat beter kon. Vooreerst is korrelmaïs niet de ideale voorteelt en kan vroeger ploegen beter zijn. In het najaar van 2020 was er een trend van zeer vroeg ploegen. Waar het kon, werd eind november al geploegd. Maar dat moet kunnen in het kader van de aanhoudperiode EAG en de uitrijregeling.

Achteraf is het natuurlijk makkelijk gezegd, maar het zaaien werd beter niet uitgesteld van eind maart naar begin april. Zo is er vocht verloren. Bij Beneo wordt geadviseerd om eind maart eerst cichorei te zaaien en dan pas bieten.

Welke toekomst voor Benfluralin?

De Europese Commissie heeft al een tijdje terug het voorstel aan haar lidstaten gedaan om de erkenning van de actieve stof van Bonalan, namelijk Benfluralin, af te schaffen. Nederland lijkt voor de afschaffing, België trekt de kaart van een ‘tussenoplossing’. Helaas leggen we met ons beperkt inwonersaantal niet veel gewicht in de schaal.

De Pibo Campus heeft wel al ervaring met een cichoreiteelt zonder Bonalan. Dat is namelijk een zee van onkruiden die u tegemoet komt met melganzenvoet, uitstaande melde, Europese hanepoot en straatgras op kop.

Daarnaast is er geëxperimenteerd met een dosisverlaging: van de gebruikelijke 8l/ha zijn de Tongerse proefveldmedewerkers naar 6 l/ha gegaan. Alleen al deze kleine dosisverlaging levert significant meer onkruid op, zoals 36 keer meer melganzenvoet en 2,8 keer meer bingelkruid, terwijl geweten is dat Bonalan geen werking heeft op bingelkruid. Dat is toch een ervaring om bij stil te staan.

Je merkt snel waar geen Bonalan in het onkruidbestrijdingsschema zit.
Je merkt snel waar geen Bonalan in het onkruidbestrijdingsschema zit. - Foto: SS

Gecombineerde onkruidbestrijding

In bovenstaand voorbeeld werd er ook eenmaal geschoffeld. In een ander proefvlak is het aantal schoffelbeurten opgedreven naar 4, zonder de tussenkomst van de chemische gewasbescherming te verhogen. Dat zorgt voor een afname van de onkruiddruk, maar bezorgt de cichoreiteler wel wat stress in het voorjaar. Aan de Pibo-Campus werden ze in 2020 geconfronteerd met onkruid dat al hoger en steviger geworteld stond dan de cichorei bij aanvang van de mechanische onkruidbestrijding. Om de jonge kiemplanten te beschermen tegen opvliegende grond van de schoffel werden er tijdens de eerste passages gewasbeschermingsschijven geplaatst. Bij een laatste schoffelbeurt eind juni werden deze vervangen door kantmessen en vingerwieders. Op dat ogenblik werden de proefveldmedewerkers geconfronteerd met veel en groot onkruid, waardoor onkruid zich ophoopte in de vingerwieders en cichoreiplanten afbraken.

Sander Smets concludeert dat wanneer er een golf aan onkruiden op de cichoreiteler afkomt, hij het niet enkel met chemie meester zal kunnen. Mechanische onkruidbestrijding en handmatig ingrijpen zal nodig zijn.

Conclusies

Smets sloot af door erop te wijzen dat het klimaat extremer wordt, waardoor de focus moet liggen op de basisvereisten van de teelt. Dat is volgens hem vooreerst het winterploegen en aandacht hebben voor de voorteelt (rotatie). Wees niet overdadig met de stikstofbemesting en benut het vocht in de grond optimaal. Is eind maart het vals zaaibed klaar, zaai dan ook in die periode. In 2020 werd proefondervindelijk ervaren dat het dichtrollen van ruwe plekken in het perceel helpt om de opkomst te verbeteren.

Blijf onkruid de baas

Aangaande de onkruidbestrijding is volgens Sander Smets een verbod op de inzet van Bonalan het einde van de gangbare cichoreiteelt. Ook een dosisverlaging is niet wenselijk, de druk van melganzenvoet stijgt dan immers.

Probleempercelen (onder andere bingelkruid) dienen zowel chemisch als mechanisch aangepakt te worden. Schoffelen, wieden en branden wordt dan noodzakelijk en plantverlies onvermijdelijk. Het onkruid de baas blijven is de eerste prioriteit volgens Smets.

Tim Decoster

Meest recent

Meest recent