Hoe realistisch is het streefdoel van 25% biologische landbouw in melkveehouderij?

Ook de biologische melkveehouderij staat voor grote uitdagingen.
Ook de biologische melkveehouderij staat voor grote uitdagingen. - Foto: LV

Verplichte voedingswaardelabels, het risico en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen halveren, overbemesting verminderen, meer natuurgebieden beschermen, 3 miljard bomen planten... : de Europese Commissie presenteerde enige tijd geleden een brede waaier aan initiatieven gepresenteerd in het kader van de nieuwe Farm to Fork- en biodiversiteitsstrategie.

Verlies aan biodiversiteit

Die moeten het verlies aan biodiversiteit (of soortenrijkdom) tegenhouden en duurzame voeding op ons bord brengen. De nieuwe strategieën voor biodiversiteit en duurzaam voedsel kaderen in de Green Deal die van Europa tegen 2050 een volledig klimaatneutraal continent moet maken.

De Farm-to-Fork (F2F)- strategie ziet een belangrijke rol weggelegd voor biologische landbouw. De markt voor biologische voeding blijft immers in heel Europa groeien. Biolandbouw heeft een positieve impact op de biodiversiteit, het creëert nieuwe banen en trekt jongeren aan om aan landbouw te gaan doen.

De consument heeft al lang de waarde van biologische voeding ontdekt en speelt een belangrijke voortrekkersrol: als hij bio wil, zal de markt volgen.

Daarom zet de Europese Commissie een heel ambitieuze doelstelling voorop: ten minste 25% van de landbouwgrond van de EU moet in 2030 voor biologische landbouw bestemd zijn. Momenteel vormt de biologische landbouwgrond ruim 8% van de totale landbouwgrond in Europa.

Flink inhaalmanoeuvre

Sommige Europese landen zijn al goed op weg om dat doel te bereiken. Dit was de top 3 in 2018: Oostenrijk met 24,7 %, Estland met 21,6 % en Zweden met 19,9 %. 10 andere Europese landen beschikken over minstens 10 % biologische landbouwgrond. Ook ons land mag dan wel een flink inhaalmanoeuvre plannen.

In de ING-studie ligt de focus op de zuivelsector en het biologisch streefcijfer van 25 %. “Hoewel de zuivelsector een belangrijke gebruiker van landbouwgrond is, is slechts 4 % van de huidige melkveestapel biologisch”, stelt Thijs Geijer in de ING-studie. “Grote zuivelondernemingen moeten die biologische doelstelling nog omarmen, wat een grote verschuiving van vraag en aanbod inhoudt.”

In de studie somt Geijer 4 grote belemmeringen voor de toekomst op.

1. Steun EU-landen (en zuivelsector): “Vanaf het begin heeft de F2F-strategie gemengde steun ontvangen van landbouwers, brancheorganisaties en landbouwministers vanwege bezorgdheid over landbouwinkomens, concurrentievermogen en voedselzekerheid. Het biologisch streefdoel krijgt verder ook gemengde steun binnen de zuivelsector, omdat het mogelijk eerdere vooruitgang op het gebied van verlaging van CO2-emissies en landgebruik teniet zou doen.”

2. Uitvoering samenhangend pakket beleidsmaatregelen: “De verandering van de voedselsystemen vereist de integrale steun van verschillende departementen, zoals landbouw, volksgezondheid en milieu, en een onderling samenhangend pakket maatregelen op nationaal en Europees niveau. Uit de discussie over de hervorming van de begroting van het GLB blijkt echter hoe moeilijk het is om de EU-middelen te heroriënteren van conventionele landbouwpraktijken naar praktijken die meer met duurzaamheid te maken hebben.”

3. Overwinnen overstapkosten en -risico’s voor landbouwers: “Hoewel het aantal biologische melkveehouders toeneemt, vormen de aan de omschakeling verbonden kosten en risico’s voor meer landbouwers een grote belemmering om het voorbeeld te volgen. Als de maatschappij verwacht dat landbouwers daadwerkelijk overschakelen van gangbare naar biologische melkveehouderij, moet uiteindelijk iemand de rekening betalen voor hun extra geleverde inspanningen.”

4. Bewustmaking consument en bereidheid een premie te betalen: “Bedrijven en beleidsmakers moeten zich blijven inspannen om ervoor te zorgen dat consumenten de inspanningen die de landbouw op het gebied van duurzaamheid levert, naar waarde schatten. Momenteel zou slechts 1 op 5 consumenten in de EU bereid zijn om meer uit te geven voor duurzamer voedsel. Daar komt nog bij dat de beperkte vraag naar biologische zuivel op de export- en grondstoffenmarkt een knelpunt vormt, omdat veel zuivelbedrijven daar een groot deel van hun inkomsten halen.

De doelstelling om tegen 2030 ten minste 25 % van alle landbouwgrond door biologische landbouw te gebruiken, heeft echter waarschijnlijk de grootste economische impact, stelt de ING-studie. “Het is ook een complex doel om te bereiken omdat het de inzet van alle belanghebbenden in de waardeketen vereist.”

Niet elk land 25 %

De belangstelling voor bio is uiteraard niet nieuw. “Op te merken valt dat het streefcijfer van 25 % biologisch landbouwareaal geldt voor alle landbouwgrond in de EU en dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat er een specifiek streefcijfer voor de melkveehouderij komt.”

Desalniettemin is de zuivelsector een belangrijke grondgebruiker voor het weiden van vee en de productie van voedergewassen. “Aangezien in 2019 ongeveer 4 % van alle melkkoeien in de EU biologisch was, is het duidelijk dat de sector zal moeten nadenken over hoe hij een bijdrage kan leveren.”

Voor alle duidelijkheid: de 25 % is een EU-gemiddelde, maar elk land zal – ongeacht het huidige aandeel – wel een extra inspanning moeten leveren. Wat de biologische productie in de zuivelsector betreft, zijn er grote verschillen tussen de EU-landen. Oostenrijk is koploper: bijna een kwart (22 %) van de melkveestapel is biologisch, maar in grote zuivel producerende landen als Duitsland, Frankrijk, Nederland (en ook in ons land) ligt dat aandeel tussen de 2,5 en 5,5 %. “Hoewel het biologische aandeel in de melkveestapel in Europa tussen 2012 en 2019 is gegroeid (samengesteld jaarlijks groeipercentage van 6,7 %) zou een eenvoudige voortzetting van dat groeipercentage niet voldoende zijn. Het aandeel zou dan in 2030 uitkomen op... 8 %.”

Dalend aantal melkvee

Volgens de prognoses van de EU zal de melkveestapel dit decennium licht afnemen. “Uitgaande van een aandeel van 25 % voor biologische melk betekent dit dat het aandeel biologische melkkoeien met bijna 6 keer moet toenemen tot ongeveer 4 miljoen in 2030.” Volgens dat scenario zouden volgens deze ING-studie... meer dan 100.000 melkveehouders van conventionele naar biologische landbouw moeten overschakelen.

De belangstelling onder melkveehouders is er zeker, maar die overgangsperiode duurt enkele jaren en er is de onzekerheid over de prijsvorming. Gelukkig wordt voor biologische melkveeleveranciers een premie voorzien. Maar het zal er in de nabije toekomst – ook voor zuivelondernemingen – vooral de uitdaging zijn om vooral de consument in de winkelrekken meer naar biologische zuivelproducten te laten grijpen.

Lieven Vancoillie

Meest recent

Meest recent