Weerbaarheid creëer je met een mogelijke crisis in het achterhoofd

SALV focust met zijn nieuwe toekomstwerking op het identificeren van perspectief, kansen en uitvalswegen om aan de toekomstige uitdagingen tegemoet te komen.
SALV focust met zijn nieuwe toekomstwerking op het identificeren van perspectief, kansen en uitvalswegen om aan de toekomstige uitdagingen tegemoet te komen. - Foto: SALV

De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) adviseert de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over landbouw en visserij. Er komen heel wat uitdagingen op de landbouwsector af en daarom focust SALV met zijn nieuwe toekomstwerking op het identificeren van perspectief, kansen en uitvalswegen om aan die uitdagingen tegemoet te komen. “De dialogen verruimen courante perspectieven en vormen zo een prikkelende opstap naar de eigenlijke werking van de werkcommissie”, klinkt het bij het SALV.

In de derde webinar werd gefocust op weerbaarheid en crisisbeheer in de sector. Prof. dr. Hugo Marynissen van het Antwerp Management School besprak diverse facetten van een succesvol crisisbeheer.

Een vleugje ‘chronische ongemakkelijkheid’

Hoewel de landbouwsector niet omschreven kan worden als één bedrijf, maakte Marynissen wel enkele rake linken. Net als een bedrijf bestaat de landbouwsector in een dynamische omgeving. Alertheid is altijd geboden. “In een organisatie is het belangrijk om nooit te veel op de lauweren te rusten. Er moet altijd een vleugje ‘chronische ongemakkelijkheid’ bij komen kijken. Crisissen, maar ook kansen, zorgen ervoor dat een plan nooit hetzelfde blijft. Dagdagelijks worden we immers geconfronteerd met chaos en crisissen en dat zorgt voor noodzakelijke veranderingen.”

Dit is ook van toepassing in de landbouw- en voedingssector. Klimaatrisico’s en risico’s met betrekking op handel zijn dagelijkse kost voor beleidsmakers. Dit moet dan ook meegenomen worden in de organisatie en in het beheer van de landbouw.

Organisatie en anticipatie

Marynissen geeft aan dat een goede organisatie belangrijk is. Er moet bijvoorbeeld een goede structuur aanwezig zijn, en de taakverdeling moet transparant zijn. Hij hamert er echter wel op dat het doel duidelijk moet zijn voor iedereen. “Bij een crisis is het belangrijk om het doel in het achterhoofd te houden, anders is de kans op mislukking groot. Tijdig anticiperen is daarbij een must.”

Om te anticiperen is het nodig om trends in de gaten te houden. “Men kan zo bijvoorbeeld de beurs in het oog houden”, vertelt hij. Daarnaast geeft Marynissen aan dat prioriteiten stellen belangrijk is: “Wat is het doel: wat is het belangrijkste dat je wil beveiligen? Hou dat voor ogen.”

Een netwerk van netwerken

Een organisatie staat nooit alleen. Dat is zeker zo in de landbouwsector. Marynissen legt de link met de coronapandemie: “De sleutel tot succes in het omgaan met de pandemie lag in het organiseren van de verschillende netwerken en partijen die zich rondom de organisatie bevinden. Op die manier werden de juiste partijen op het juiste moment met elkaar gekoppeld zonder dat dit de samenwerking of autonomie van de afzonderlijke partijen belemmerde.”

Hij identificeerde de SALV als een ‘Network administrative organization’, wat betekent dat er één administratieve entiteit is die een heel netwerk beheert, maar de leden onderling zitten ook in een intern netwerk.

“Er is in het geval van SALV een beperkt aantal partijen. De SALV werkt als een centrale aansturing, maar elk lid binnen het netwerk moet zich voorbereiden op een risico. Er is een onderlinge afhankelijkheid om taken uit te voeren. Het algemene doel is door iedereen bekend, en de subdoelstellingen door de verschillende partijen ook. Het is wel een uitdaging om de subdoelen en taken te bepalen”, legt Marynissen uit.

Strenge regelgeving, zwakke onderhandelingspositie

De vertegenwoordigers van 3 SALV-ledenorganisaties brachten vervolgens een reflectie over de betekenis en aandachtspunten bij crisisbeheer en weerbaarheid in de sector. François Huyghe (Boerenbond) onderlijnde dat de steeds wijzigende regelgeving, zowel op nationaal als Europees vlak, in het domein van omgeving de weerbaarheid van de Vlaamse landbouwbedrijven op de proef stelt. Zo haalt hij de problemen die betrekking hebben tot het PAS-verhaal en het Mestactieplan (MAP) aan.

Ook de zwakke onderhandelingspositie in de keten is een knelpunt. “Het beroep is ook veeleisend. Het zijn vooral eenmanszaken. Op je bedrijf ben je manager, boekhouder, moet je iets afweten van dierenverzorging, enzovoort. Er zijn zo duizenden landbouwers, maar er zijn maar een klein aantal afnemers, en nog minder retail. Met ketenoverleg proberen we de positie van de landbouwer en dus de weerbaarheid te verbeteren. Zo werken we aan kaders voor betere contractuele afspraken. En dat terwijl we in een tijd leven waar agribashen erbij komt. Ook dit heeft een impact op de landbouwer”, aldus Francois Huyghe.

De weerbaarheid kan versterkt worden door het opzetten van verzekeringssystemen, het opmaken van afsprakenkaders in de keten en het opbouwen van kennis in netwerken. “We moeten ook het beroep aantrekkelijker maken voor opvolgers, en het minder afhankelijk maken van steunmaatregelen.”

Positie landbouwer

Jelle Goossens (Rikolto) illustreerde aan de hand van diverse projecten en cases dat landbouwers de weerbaarheid van hun bedrijf kunnen verhogen door in te werken op 4 zaken.

Een eerste punt is ‘Agency’, dit is de capaciteit en autonomie van mensen om actie te ondernemen en aan te passen, maar ook om te anticiperen en preventief te werken bij een crisis. Daarnaast is ‘Buffering’ belangrijk, dat een landbouwer strategieën of zelfs voedselstocks kan voorzien om een eerste periode te overbruggen bij een crisis. Connectiviteit is een derde punt, wat aangeeft hoe partijen verbonden zijn. “Zo is het kort op de bal spelen van belang”, klinkt het. Ten slotte duidt Goossens op diversiteit. Afhankelijk zijn van slechts één bron, teelt, markt, enzovoort stelt je in een zwakkere positie.

Collectieve aanpak

Ten slotte toonde Luc Vanoirbeek van het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) hoe het VBT als sectorfederatie werkt aan collectieve en individuele weerbaarheid. “Wij kunnen met een heel beperkt aantal mensen een sector afdekken die heel complex in elkaar zit. Omgaan met crisissen is voor ons een state of mind, we zitten voortdurend met de kwetsbaarheid van de landbouwers in ons hoofd en zekerheid is er niet. Dat chronisch gevoel van ongemakkelijkheid herken ik dus direct. We proberen voortdurend problemen te voorkomen. Daarom zetten we processen op om zaken op te volgen. Een tweede punt is reageren en anticiperen als er iets gebeurt, en snelheid is belangrijk. Daarbij gaan we uit van de worst case scenario. We gaan de schade proberen milderen, en een vangnet creëren voor de landbouwer.” Hij wees bij de werking onder meer op de rol van databeheer en traceerbaarheid, op de kracht van netwerken, en op overdachte crisiscommunicatie. “Boeren kunnen bij ons bij één communicatiepunt terecht en dat is duidelijk.”

Marlies Vleugels

Meest recent

Meest recent