Startpagina Economie

Meer problemen, meer technologie ...

“Get big or get out.” Of ook wel: “De kleintjes moeten eruit.” Herkent u deze woorden? Het was de mantra van heel wat beleidsmakers die actief waren in de landbouw begin jaren ‘70, die fors inzetten op productieverhoging om het westen voorgoed te vrijwaren van honger. Die grootschaligheid bracht echter ook problemen met zich mee. Moeten we ervanaf, of kan het ook duurzaam? En wat is het alternatief?

Leestijd : 5 min

Vorige maand organiseerde Mo* magazine een debat rond schaalvergroting, en het “uitsterven van de boer”, zoals het de terugval van het aantal landbouwers wereldwijd noemt. Een oplossing ziet het magazine in agro-ecologie, het onderwerp van een soortgelijk Mo*-debat vorig jaar. Samen bieden de sprekers een mooi overzicht van de voedselproductie die mogelijk is mét en zonder technologie.

Meer voedsel nodig

Na de Tweede Wereldoorlog maakte het westen de klik: geen honger meer. De voedselproductie moest omhoog. De overheid ging schaalvergroting en technologie prediken, terwijl de wetenschap op de proppen kwam met de ene na de andere slimme uitvinding. Pientere ondernemers brachten die tot bij de boeren.

Die zagen hun machinepark gestaag uitbreiden. Ze genoten van de onweerlegbare voordelen van kunstmest en naar opbrengst veredeld zaaizaad, van de efficiëntie van pesticiden en de snelheid van mechanische bodembewerking.

Zegen en vloek

Stilaan toont ook die andere kant van de vooruitgang zich: uitspoeling van stikstof, bodemerosie en -verdichting, resistentie bij ziekten, plagen en onkruiden stellen landbouwers voor problemen. Bovendien leiden grote investeringen tot een verstikkende schuldenlast.

Tezelfdertijd ontdekte de maatschappij dat toevallige opname van pesticiden niet zonder risico is, dat de productie van kunstmest en het draaiende houden van het machinepark bijdraagt aan de verandering van het klimaat - met de nodige rampspoed tot gevolg - en dat verslempte bodems geen modderstromen tegenhouden.

Ramp op komst

“De ene na de andere crisis steekt de kop op: klimaatcrisis, landbouwprijzencrisis, voedselcrisis, financiële crisis ... Als we voortdoen zoals we bezig zijn, dan vrees ik voor de toekomst”, stelt professor Marjolein Visser, die agro-ecologie doceert aan de Brusselse universiteit ULB.

Volgens ULB-professor Marjolein Visser stevenen we af op een globale crisis.
Volgens ULB-professor Marjolein Visser stevenen we af op een globale crisis. - DC

Zij baseert zich onder meer op de grafieken van ‘The Great Acceleration’, een internationaal onderzoeksrapport, waarin je duidelijk ziet hoe het effect van de mens op de aarde sinds 1950 spectaculair is toegenomen. Aangroei van de wereldbevolking, watergebruik, energieverbruik, uitstoot van CO2, verzuring van de oceaan, verlies aan tropisch woud... Al die curves gaan steil omhoog na 1950, de start van de productiviteitsomwenteling in de landbouw, luttele jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Visser besluit daaruit dat we afstevenen op de ultieme crisis.

Twee wegen

Volgens Peter Van Bossuyt, bij Boerenbond directeur van de studiedienst, zijn we echter een bocht aan het nemen, weg van die onheilspellende curves. “Dat gebeurt in twee richtingen: door duurzaam te intensiveren, of door je terug te plooien op je eigen omgeving. Je verwerkt dan je eigen producten en trekt zelf naar de markt. Dat is zeker niet minder arbeidsintensief: het kost je zeker ook 60 uur per week”, weidt hij uit.

“De meeste consumenten verkiezen de supermarkt”, meent Peter Van Bossuyt van Boerenbond.
“De meeste consumenten verkiezen de supermarkt”, meent Peter Van Bossuyt van Boerenbond. - DC

“Die ‘terugplooiers’ zijn waardevol, maar alleen gaan ze de wereld niet voeden. In 2050 lopen er 10 miljard mensen rond op deze aardbol. De meeste consumenten gaan bovendien niet tot bij de boer. Die verkiezen de supermarkt”, voegt hij toe. “Volgens mij ligt het antwoord in diversificatie, waarbij sommige landbouwers zich richten tot de supermarkten, en een ander zijn klanten tot op het erf, of zelfs tot op het veld laat komen.”

De prijs

van technologie

Naast de korte keten, zoals Community Supported Agriculture (CSA) ziet Van Bossuyt ook heil in hoogtechnologische oplossingen voor duurzame intensivering, zoals smart farming of containerlandbouw. Zo ook Tessa Avermaete, bio-econoom aan de KULeuven: “Grootschalige boeren die werken met GPS gebruiken geen drupje pesticide teveel. En technologie maakt het mogelijk om in Afrika, bijvoorbeeld, voor voedselveiligheid te zorgen.”

“Grootschalige boeren die werken met GPS gebruiken geen drupje pesticide  te veel”, stelt dr. Tessa  Avermaete.
“Grootschalige boeren die werken met GPS gebruiken geen drupje pesticide te veel”, stelt dr. Tessa Avermaete. - T.A.

Dat doet Visser meteen opveren: “Wat steeds terug komt is ons geloof in technologie als de oplossing van alles. Maar technologie heeft een prijs: het kost energie, veroorzaakt vervuiling en vraagt handenvol geld. De meeste landbouwbedrijven zitten tot over hun oren in de schulden. Ze steken zich nog sterker in de schulden om met de nieuwe technologie mee te zijn.”

Agro-ecologie

“Minder technologie vraagt meer menselijke arbeid, maar kost niet meer energie. Als je het in Joule, de standaard eenheid voor energie, bekijkt, dan zie je dat er belachelijk veel energie uit fossiele brandstof naar voedselproductie gaat. Geen enkel land legt fossiele brandstoffen meer accijnzen op dan menselijke energie. Ik vrees dat we daarvoor eerst tot een ernstige crisis moeten komen. We moeten af van het idee dat meer technologie beter is. Maar in plaats daarvan blijven we excuses zoeken. Nee, we moeten avontuurlijk zijn.”

Visser denkt daarbij aan agro-ecologische technieken als roterend grazen en agroforestry of boslandbouw. Maar die zijn niet vanzelfsprekend voor de landbouwers hier. “Ze zijn het ontleerd. Het systeem in Vlaanderen werkt er tegen. Zo kunnen de grote machines niet tussen de bomenrijen, bijvoorbeeld. In pachtcontracten staat doorgaans ook niets vermeld over bomen.”

“Zo zijn er een heel aantal lock-ins die maken dat het heel moeilijk wordt om ermee aan de slag te gaan. Vergelijk het met bedrijfsblindheid. Landbouwers zien geen alternatieven”, beschrijft Visser. Avermaete maakt zich sterk dat ook grote, conventionele boeren tegenwoordig aan de slag gaan met agroforestry.

Kennis via dialoog

Om landbouwers te bevrijden van die blindheid is een herwaardering van de expertise van de landbouwer nodig, volgens Visser: “Wetenschappers moeten uit de eigen kringen treden en dialogeren met de mensen op het veld, die de ervaring hebben. In agro-ecologie gaat het om cocreatie van kennis, via dialoog.” Verder vindt de professor dat ook de zachte wetenschappers, zoals sociologen, een rol te vervullen hebben in de landbouw.

Daar gaat Avermaete volmondig mee akkoord. “De wetenschappelijke basis is zeer belangrijk, of die nu uit de harde of de zachte wetenschap komt. Verstaanbaar spreken tegen elkaar, in overleg rond dezelfde tafel, is van groot belang. Ook Europa is zich daarvan bewust, en eist dat ook landbouwers betrokken zijn bij de innovatieprojecten die ze financiert.”

Hoe moet het verder?

“We moeten kleine stapjes zetten, en niet meteen alle technologie overboord gooien. Ik denk dat er wel degelijk ruimte is voor diversiteit”, besluit Avermaete. Rond educatie werken vindt ze uiterst belangrijk. “Op school zie je waar de pijnpunten liggen, daar kan je de zaden leggen voor later. Er zijn jonge mensen die enthousiast bezig zijn met landbouw, ook grootschalige, die hun beroep met veel goesting doen, maar die zie je niet in de media.”

“Op bijvoorbeeld een CSA-bedrijf vind je veel meer dan alleen maar voedsel: gezelligheid, smaken waar je enthousiast van wordt, nieuwe ontmoetingen ... We moeten van onderuit werken, en ons niet vermoeien met vechten op beleidsniveau. Het is leuk, het is genieten, maar het verspreidt zich”, weet Visser. “Het aandeel CSA-bedrijven is pietluttig in Vlaanderen, maar je mag het inspirerend effect niet verwaarlozen”, stemt Avermaete in. Zij blikt eveneens terug in deze blogpost.

DC

Lees ook in Economie

In 2022 ging elke dag een boerderij verloren

Economie Dit jaar zouden zo'n 100.000 bedrijven hun activiteit stopzetten, dat schrijft het tijdschrift Trends op basis van eigen berekeningen. Het gaat om een record, aldus Trends. Vooral de voedings- en retailsector lijken zwaar getroffen. In de landbouwsector ging in 2022 elke dag een boerderij verloren.
Meer artikelen bekijken