12 landbouwvragen aan 7 partijen: voor wie kiest u?

12 landbouwvragen aan 7 partijen: voor wie kiest u?

CD&V, Groen, NV-A, Open VLD, PVDA, sp.a en Vlaams Belang konden antwoorden op 12 vragen rond de landbouw. Elke partij kreeg 12 stellingen voorgeschoteld waarmee die eens of oneens is, of een gradatie tussenin.

CD&V: Oneens . De sector is verantwoordelijk voor 9,3% van de totale broeikasgasemissies en verminderde haar uitstoot al met zo’n 20% (1990). Dat wil niet zeggen dat de landbouw geen inspanningen meer moet leveren. In het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2030 werd een broeikasgasreductie van 26% vooropgesteld. Daarmee doet de landbouw haar billijke bijdrage.

Groen: Eens.Net zoals iedereen zal ook de landbouw zal in het volgende decennium haar deel moeten bijdragen en inspanningen leveren om haar klimaatimpact terug te dringen zodanig dat de uitstoot in lijn is met het internationale klimaatakkoord van Parijs. Dit biedt ook kansen aan de sector om duurzaam te hervormen.

N-VA: Eens. Maar net zoals andere sectoren heeft de landbouwsector al veel inspanningen gedaan. Bijkomende zijn echter noodzakelijk. Een omslag moet en zal gemaakt worden. Doeltreffend en doordacht, met oog voor welvaart en jobs, én voor de economische en sociale gevolgen. Technologische ontwikkelingen en innovaties moeten ons daarbij helpen.

Open VLD: Geen keuze. Het klimaat is een zaak van alle sectoren. De lasten moeten evenredig worden verdeeld. Door het Vlaams Klimaatplan werden de doelstellingen voor landbouw aangescherpt om de uitstoot tegen 2030 met 26% te verminderen, terwijl die sinds 1990 al met 20% werd teruggeschroefd. Op 29 maart 2019 werd het convenant ‘Enterische emissies rundvee’ ondertekend.

PVDA: Eens. In België stoot de landbouw 10% van de broeikasgassen uit. De landbouw moet omschakelen naar agro-ecologie en biolandbouw. Maar de agrobusiness staat in de weg van een duurzame landbouw. En de boer zit klem met een onvoldoende inkomen. De overheid moet daarom reguleren en de landbouwers helpen bij de omslag.

sp.a: Eerder eens. Alle sectoren moeten bijdragen tot onze klimaatdoelstellingen. In de landbouw kan dat niet zonder een visie op een meer leefbaar inkomen. Dat kan door in te zetten op meer lokale productie en kortere ketens. In publieke voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen kiezen we resoluut voor duurzame, lokaal geproduceerde voeding.

Vlaams Belang: Oneens. Tegen 2030 moeten volgens het Vlaams Klimaatplan 2021-2030 de niet-energetische emissies (methaanuitstoot ten gevolge van verteringsprocessen bij voornamelijk herkauwers) zo’n 20% dalen ten opzichte van referentiejaar 2005; de energetische emissies 44%. Dit op zich vormt al een enorme uitdaging.

CD&V: Oneens. CD&V kiest voor ondernemerschap en keuzevrijheid, niet voor een opgelegd land- en tuinbouwmodel. De sector krijgt veerkracht door te diversifiëren en door te mikken op producten met hoge toegevoegde waarde. Net als voor andere sectoren, is kiezen om voedsel te produceren voor de lokale afzetmarkt evenwaardig en complementair aan kiezen voor exportmarkten. Het is dus geen of-ofverhaal, maar een en-enverhaal.

Groen: Eens.Groen kiest voor regionale meerwaarderealisatie strategie. Van Amsterdam tot Londen, van Frankfurt tot Parijs: onze boeren kunnen hofleverancier zijn van gezonde en duurzame producten voor 100 miljoen consumenten. Een exportstrategie naar verre markten kan enkel voor producten die uniek zijn in smaak en kwaliteit, en niet voor bulkproducten.

N-VA: Eens. Maar de toekomst ligt in innovatie en diversiteit. Landbouwers worden vaak gedwongen mee te doen aan de race to the bottom. We moeten het Vlaamse kwaliteitsverhaal bewaken. Het is aan de landbouwers om keuzes te maken rond niches, verbreding… De overheid heeft de verantwoordelijkheid om de omgeving te creëren waarbinnen diversificatie mogelijk wordt.

Open VLD: Geen keuze.Het is een en-enverhaal, niet of-of. Korte keten kan export aanvullen, maar niet volledig vervangen, laat staan de 150.000 jobs in de agro-voedingsindustrie compenseren. Korteketenproductie kan een hogere toegevoegde waarde voor de boer opleveren om zo het bedrijf leefbaar te houden. Ze beantwoordt tevens aan een groeiende vraag van de consumenten.

PVDA: Eens. We gaan voor kortere ketens en een meer lokale productie. Met korte ketens, verkoop op de boerderij en lokale markten is het niet nodig producten te verpakken, te transporteren en tussenpersonen in te schakelen omdat de producent dan rechtstreeks aan de consument kan leveren. Goed voor de boer en wat je op je bord krijgt is gezond.

sp.a: Eens. Iedereen heeft recht op loon naar werken. Prijzen moeten meer dan de productiekosten dekken. Landbouw moet terug in handen komen van onze boeren en weg van banken en grote concerns. De overheid moet echt durven ingrijpen: op prijsvorming en door een afzetmarkt te creëren via overheidsaanbestedingen en promotie van duurzame, lokale voeding.

Vlaams Belang: Oneens. Het is een en-enverhaal. We steunen de verdere ontwikkeling van de korte keten, maar we zijn ook een productieve regio en een netto-exporteur. Ook al is Vlaanderen geen marktbepalende speler en eerder prijsvolger blijven toch méér dan twee derde van de uitvoer van Vlaamse land- en tuinbouwproducten gericht op de buurlanden.

CD&V: Geen keuze. De eerste doelstelling is om de uitvoering van dergelijk plan te vermijden, maar in geval van echte crisis moet het er wel zijn. We moeten zoeken naar een aanpak waarin de gevolgen van afschakelen zo klein mogelijk zijn. Dat willen we becijferd onderbouwen en vervolgens bespreken met de partners. De VMM zal nu het onderzoek coördineren.

Groen: Geen keuze.De droogtecommissie werkt momenteel aan een afwegingskader die zal bepalen welke watergebruiken voorrang krijgt bij waterschaarste. Wij wachten de resultaten van dit afwegingskader af om te bepalen welke sectoren voorrang moeten krijgen.

N-VA: Eens. Langere periodes van droogte vormen een uitdaging voor verschillende sectoren. Geen evidente uitdaging. Het is belangrijk om hierover met de land- en tuinbouwsector aan tafel te gaan en de nodige oplossingen op langere termijn te zoeken.

Open VLD: Geen keuze.We moeten preventief inzetten op projecten voor rationeel beheer, gebruik en opslag van water. Vanuit het VLIF moeten daartoe middelen vrijgemaakt worden. Wanneer zich desondanks waterschaarste voordoet, moet een afschakelplan rekening houden met specifieke noden van de sector. Tevens rollen we een brede weersverzekering uit voor droogteschade.

PVDA: Eens. We moeten dringend onze watervoorraden beschermen: de bodemverharding stoppen, bodems ontharden, waterlopen in hun natuurlijke toestand herstellen, de onttrekking door de industrie controleren, regenwaterputten aanleggen... Waterzuiveringsstations rusten we uit met installaties waar boeren zich tegen kostprijs kunnen bevoorraden met gezuiverd afvalwater.

sp.a: Eerder eens. Net zoals bij het afschakelplan voor energie, moeten we bij een eventuele waterafschakeling ook rekening houden met het belang van onze economie. Daar moet van die economische sectoren wel een engagement tegenover staan dat ze mee helpen het probleem op te lossen, zowel in de industrie als in de landbouw.

Vlaams Belang: Eens. Water is voor de landbouwsector een kostbaar goed. Zonder water is voedselproductie niet mogelijk. Vanzelfsprekend moet binnen de sector wel een afweging/prioritering worden gemaakt naar intensiteit van het watergebruik. Ook verdere ontwikkelingen inzake herverbruik van water moeten worden opgevolgd.

CD&V: Oneens. Quota waren nuttig op het ogenblik dat de landbouwproductie nog in grote mate door Europa werd aangestuurd. Gradueel werd de internationale handel geliberaliseerd en verloopt de voedselproductie niet meer aanbodgedreven, maar marktgericht. In tijden dat de marktvraag naar een product hoog is, zouden productiequota verhinderen dat Europese landbouwers kunnen inspelen de marktkansen die zich aandienen.

Groen: Eerder oneens. Groen is nooit pleitbezorger geweest van de afschaffing van melk- en suikerquotum. Gezien de crisis in de melk- en suikersector lijkt het noodzakelijk om in te zetten op maatregelen die de intra-Europese vraag en aanbod in evenwicht houden. Voor ons is dit een betere oplossing dan de weg naar export, die allicht voor de Vlaamse boeren doodloopt.

N-VA: Oneens. N-VA is voor vrije handel: geen boterbergen en melkplassen. De markt dient zichzelf te reguleren. N-VA streed tegen oneerlijke handelspraktijken via bijvoorbeeld een aanscherping van contractuele betalingstermijnen ten gunste van de boer. We moeten landbouwers versterken zodat ze meer marktmacht kunnen ontwikkelen en niet de weerkerende pineut zijn in de voedselketen.

Open VLD: Oneens. De afschaffing heeft geleid tot extra investeringen. Een herinvoering zou de prijsdruk op quotarechten sterk verhogen. We verkiezen vrije marktwerking, met eerlijke handelspraktijken en toezicht door een neutrale ‘scheidsrechter’. Producentenorganisaties kunnen de positie van boeren versterken. Binnen de ketenwerking verwachten we faire prijzen voor producenten.

PVDA: Eens. Sinds de afbouw van het quotabeleid volgen de prijzen in Europa die van de wereldmarkt. De helft van de boeren zou voor minder dan 6 euro per uur werken. Intussen zijn de Europese subsidies voor de grootsten. We moeten dit beleid keren met regulering en steun: een prijzenobservatorium, minimumprijzen, een landbouwbank, ondersteunen van de kleine ondernemingen...

sp.a: Geen keuze. Voor ons is dit in principe bespreekbaar als het kadert in een verduurzaming (milieu én inkomen landbouwer) van de Vlaamse landbouw.

Vlaams Belang: Eens. In ieder geval moet er een flexibele volumeregeling zijn die rekening houdt met de werkelijke vraag van de markt. De vraag is of er na bijvoorbeeld het wegvallen van de suikerquota nog een correcte en eerlijke prijs wordt betaald. Dat geldt voor heel wat andere landbouwproducten die in die vrijgemaakte markt onderhevig zijn aan prijsschommelingen. Er wordt nu onvoldoende een correcte en kostendekkende prijs gegarandeerd voor de producent.

CD&V: Oneens. De normen zijn wetenschappelijk onderbouwd en vastgelegd op het niveau van evenwichtsbemesting voor de gemiddeld beste opbrengsten. De juiste dosis zowel als het bemestingstijdstip, de mestsoort en de techniek vergen aandacht. In gebieden met de slechtste waterkwaliteit gaan teveel nutriënten verloren via bemesting. Door verlaging van de totale bemestingsruimte van het bedrijf, willen we landbouwers stimuleren om efficiënter met meststoffen om te gaan.

Groen: Eens. MAP6 mist slagkracht. 25 jaar na de start van het mestbeleid is Vlaanderen één van de regio's met de hoogste nutriëntendruk in Europa. De achteruitgang toont aan dat er nog reusachtig veel werk is om de doelen te halen. Eerder dan generieke strengere bemestingsregels pleit Groen voor meer gebiedsgericht beleid, aanpak van fraude en meer controle.

NV-A: Eens , maar de vraag is niet of de normen te streng zijn, de vraag is of de normen de doelen van de Nitraat- en Kaderrichtlijn Water dichterbij zullen brengen – en de vuilvracht in onze kostbare waterlichamen zullen doen afnemen. We kijken aan tegen een overschrijding van 40% van de meetpunten dit winterjaar. Een mestbeleid moet evenwel rechtvaardig en motiverend zijn.

Open VLD: Oneens . Er is een nieuw mest-actieplan opgesteld dat er voor moet zorgen dat we de doelstellingen halen. De praktijk leert dat vooral handhaving van de normen in gebieden met veel dierenhouderij problematisch is. Daarom is een werkbaar MAP noodzakelijk, maar ook een systeem dat punctueler controleert, sneller evalueert en leidt tot bijsturingen.

PVDA: Eens . De landbouw moet omschakelen naar agro-ecologie en naar biologische productiemethodes. Dat is voor tal van redenen nodig: de klimaatverandering, de bodembescherming, de vervuiling van het oppervlakte- en grondwater door nitraten, pesticiden en hun residu’s… We willen een moderne landbouw zonder negatieve impact op het leefmilieu, de natuur of de gezondheid van de consument.

sp.a: Oneens . Meer dan 20 jaar na het eerste mestactieplan haalt Vlaanderen nog steeds de Europese waternormen niet. Daarvoor zullen we de industriële veeteelt moeten afbouwen. Dat doen we via een warme sanering en het hervormen van de VLIF-steun tot een transitiefonds.

Vlaams Belang: Oneens . Wij hebben ons in het Vlaams Parlement verzet tegen MAP6. Onder druk van vooral N-VA werd het ontwerp-MAP6 dat al een sterke verfijning en bijsturing van MAP5 inhield de voorbije weken nog strenger gemaakt. Veel landbouwers stellen zich terecht vragen bij de wetenschappelijke onderbouw van een aantal metingen. Bovendien werden de, op sommige plaatsen, minder goede meetresultaten sterk beïnvloed door de weersomstandigheden.

CD&V: Eens. Ministers behoren tot de uitvoerende macht en voeren het beleid uit dat wordt beslist door de wetgevende macht (= het parlement). Omwille van de vele raakvlakken tussen landbouw, natuur en milieu, kan een coherente benadering leiden tot een evenwichtiger inzet van de verschillende instrumenten en een sterkere landbouwsector met een lagere milieu-impact.

Groen: Eens .In principe biedt het samenvallen van de thema’s milieu en landbouw in de portefeuille van één minister mogelijkheden voor een geïntegreerd beleid. Het schept kansen om natuur- en landbouwbelangen te verzoenen en te werken aan een doordacht en toekomstgericht beleid. Alles hangt echter af van de minister, en breder de regering.

NV-A: Eerder oneens . De combinatie van deze twee beleidsdomeinen is zeker geen evidente zaak. Misschien is het dus wel een goede zaak om deze bevoegdheden volgende legislatuur niet te combineren.

Open VLD: Geen keuze .Formeel gezien mag dat. Door de uitdagingen op het vlak van klimaat ligt die combinatie vandaag minder voor de hand. Daar staat tegenover dat er vraag is naar een minister die transversaal bevoegd is voor de uitbouw van een duurzaam voedingssysteem waarin actoren van de hele voedingsketen en alle overheidsadministraties betrokken worden.

PVDA: Eens . Milieu en landbouw zijn geen tegenstrijdige bevoegdheden. Integendeel, de omschakeling naar agro-ecologie en naar biologische productiemethodes om redenen van klimaatverandering, de bodembescherming, de vervuiling van het oppervlakte- en grondwater vereist net een globale visie en aanpak waarbij boeren financieel, technisch en materieel worden bijgestaan.

sp.a: Geen keuze . Belangrijker dan de postjes zijn de doelstellingen van het beleid van de betrokken ministers.

Vlaams Belang: Eens . Vanzelfsprekend heeft het milieubeleid een sterke invloed op het landbouwbeleid. Het milieubeleid bepaalt de omgevingsfactoren (onder andere vergunningenbeleid) waarin de sector opereert.

CD&V: Oneens. Er is momenteel geen vraag vanuit de betrokken partijen om het FAVV te regionaliseren. Een eventuele regionalisering zou in ieder geval moeten gebeuren op basis van redenen van goed bestuur, niet op louter ideologische gronden. Voor ons moet het FAVV in de eerste plaatst versterkt worden. Om de controles efficiënter te laten verlopen, willen we een beter overleg tussen de bevoegde overheidsdiensten.

Groen: Oneens .De coördinatie gebeurt best op federaal vlak, zeker ook door de sterke link met volksgezondheid. Belangrijker dan regionalisering is dat gezondheid altijd primeert boven andere belangen. Voedselveiligheid schuiven we daarom terug onder de bevoegdheid van de minister van Gezondheid in plaats van die van Landbouw.

NV-A: Eens . Dit omdat landbouw bijna volledig een gewestelijke bevoegdheid is. Vlaamse en Waalse landbouw kennen grote verschillen. Het is logisch dat de toezicht-houder ook geregionaliseerd wordt. Net zoals de controle op bijvoorbeeld bioproducten al geregionaliseerd is. Meer homogene bevoegdheden zijn kostenefficiënt en sluiten nauwer aan bij de wensen en visie van elke regio.

Open VLD: Oneens . Het FAVV is aan een bijsturing toe op basis van de audits die werden uitgevoerd, maar een regionalisering zou overbodig zijn. Fundamenteel moeten fytosanitaire normen in elke Belgische regio toch gelijk zijn. Ook voor onze exportgerichte voedingsindustrie en haar buitenlandse afnemers zou een regionalisering de zaken nodeloos complex maken.

PVDA: Oneens . Het niet nodig om in een klein land twee agentschappen te hebben met dezelfde opdracht. Het FAVV dient zijn inspanningen wel te concentreren op de groten uit de agro-industrie. De gevolgen van fraude op dat niveau zijn ernstiger en grootschaliger. Voedselschandalen worden in de schoenen van de producenten geschoven, hoewel telkens weer de grote bedrijven uit de agro-industrie in het geding zijn.

sp.a: Oneens . In een wereld met steeds verdere verbindingen, waarbij pakweg asperges uit Peru en rundvlees aangeboden wordt uit Zuid-Amerika hebben we nood aan samenwerking en niet aan nog verder opsplitsen.

Vlaams Belang: Eens. In het kader van de zesde staatshervorming en de regionalisering van de bevoegdheid dierenwelzijn, werd bijvoorbeeld in 2015 een protocol/beheerscontract afgesloten tussen het FAVV en de gewesten. Inspecteurs en controleurs van FAVV gaan bij controles van de operatoren in de voedselketen ook na of de dierenwelzijnsnormen worden nageleefd. Het is beter dat dit één homogeen Vlaams bevoegdheidspakket wordt.

CD&V: Eens. De taak van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing – dat slechts deels gefinancierd wordt met publieke middelen – is producten van bij ons promoten. Dat zijn zowel zuivelproducten, aardappelen, groenten en fruit, vis, vlees, bier, bioproducten, streekproducten en bloemen en planten van bij ons. Dat moet ook in de toekomst zo blijven want onze producten onderscheiden zich op meerdere vlakken.

Groen: Eerder oneens .Groen wil een grondige reorganisatie van VLAM zodat de promotiecampagnes een evenwichtig en gezond voedingspatroon promoten. Reclamecampagnes voor vleesproducten moeten niet gesponsord worden met schaarse overheidsmiddelen.

NV-A: Eens. Maar wij zijn eerder voorstander van gebruik van sectormiddelen voor de promotie van vlees. Op dit moment is het effectief al zo dat deze middelen vooral uit de sector zelf komen. Binnen VLAM moet bekeken worden of de middelen niet beter kunnen ingezet worden. Minder verschillende promoties, maar beter gericht.

Open VLD: Eens. Het zijn wel de sectorfondsen zelf die de campagnes financieren, niet de overheid. Zolang Europa middelen aanbiedt voor meerjarenprogramma’s moet de VLAM hierop kunnen intekenen. Vlees maakt deel uit van een evenwichtig dieet. Promotie moet verantwoorde vleesinname (‘minder, maar kwaliteitsvoller’) accentueren.

PVDA: Eens . We zijn niet voor het blind promoten van vlees. We pleiten net voor meer doordachte eetgewoonten. We nemen niet meer van het ecosysteem dan wat het kan dragen. We pleiten daarom voor een veeteelt op maat van de beschikbare gronden. We beperken de vleesproductie tot de (grondgebonden) extensieve veehouderij. Die vleesproductie kan in aanmerking komen voor promotie.

sp.a: Eens . Zolang er gelijke ruimte is voor alternatieven.

Vlaams Belang: Eens . Wij staan achter de actieradius van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de promotie van Belgisch rundvlees waarbij de nadruk wordt gelegd op smaak, vakmanschap en het lokale karakter van dit rundvlees. We blijven achter de campagne ‘Vlees van bij ons’ staan.

CD&V: Eens. Land- en tuinbouwers halen hun inkomen vooral uit de markt. Die heeft veel verkopers (boeren) en weinig kopers (verwerkers, retailers…) waardoor er geen evenwichtige machtsverdeling is in de keten. Landbouwers moeten wettelijk beschermd worden tegen oneerlijke handelspraktijken en van uitzonderingen op de mededingingsregels genieten. CD&V blijft voorstander van inkomenssteun als compensatie voor de hoge eisen die aan de voedselproductie worden gesteld.

Groen: Eens . Alles begint bij een betere onderhandelingspositie voor boeren. Transparantie in de keten over de prijs en de leverancier zijn sleutelfactoren. We leggen oneerlijke handelspraktijken aan banden. We passen het mededingingsbeleid aan om boeren meer marktmacht te geven in de keten. Verkoop onder de kostprijs verbieden we.

NV-A: Eens . Met de hervorming van het GLB geeft de Commissie taken terug aan de lidstaten. België draagt vandaag veel meer bij dan wat Belgische boeren er in totaal voor terugkrijgen. Van 2015 tot 2020 loopt dat bedrag op tot 700 miljoen euro per jaar. Dat zou anders kunnen, erkent zelfs de Commissie. Vlaanderen zou meer een beleid op maat van onze Vlaamse boeren kunnen voeren.

Open VLD: Eens . Europa heeft een nieuwe richtlijn op eerlijke handelspraktijken uitgevaardigd. In Vlaanderen moeten we een beleid van schaalverandering ontwikkelen dat de boer de kans geeft om een leefbaar businessmodel op maat uit te werken. Tevens moeten we inzetten op risicobeheersing, innovatie, taakverbreding en versterking van het ketenoverleg.

PVDA: Eens . We willen een prijzenobservatorium voor een eerlijkere verdeling van de winstmarges. Voor bepaalde producten leggen we minimumprijzen vast. We waarborgen een rechtvaardig inkomen voor de producenten. We zetten daarbij instrumenten in zoals garantiefondsen, openbare opslag en een minimumloon. We verbieden speculatie op landbouw- en voedingsproducten.

sp.a: Eens . Wij kiezen voor een landbouwbeleid dat kiest voor een degelijk inkomen voor de boer, leefbaarheid voor natuur en landschap en goeie, gezonde producten.

Vlaams Belang: Eens . De volatiliteit van het landbouwinkomen is een structureel gegeven geworden. Er is de onmiskenbare noodzaak aan een brede waaier van instrumenten en initiatieven (directe steun, contracyclische steun, inkomensstabilisatie…) om het landbouwinkomen te verbeteren.

CD&V: Eens. Vlaanderen is reeds koploper inzake dierenwelzijn en moet dat ook blijven. Voor CD&V is het belangrijk dat het gelijk speelveld tussen Europese landbouwers behouden blijft. Landbouwers in de verschillende lidstaten moeten aan dezelfde strenge voorwaarden voldoen, zodat er geen oneerlijke concurrentie kan zijn.

Groen: Eens .Van dieren in het wild tot dieren die gefokt en gekweekt worden voor de vleesindustrie, alle dieren verdienen een goede bescherming. Groen wil zich op vlak van dierenwelzijnsnormen meten met voortrekkers als Zweden en Finland. Dieren moeten hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen.

NV-A: Eens . Vlaanderen neemt dierenwelzijn ernstig. Ook de landbouwsector neemt dierenwelzijn ernstig. We moeten ervoor zorgen dat we de evolutie naar de top kunnen doorzetten en hiervoor samen met de sector de nodige stappen voorwaarts zetten inzake dierenwelzijn.

Open VLD: Geen keuze. Vlaanderen is soms al koploper, zoals bij parkkooien voor konijnen. We geven de voorkeur aan een Europese level playing field , maar willen in overleg met de sector gericht zoeken naar ambitieuzere regels en die ook op Europees niveau bepleiten. We houden daarbij uiteraard rekening met de draagkracht van de dierenhouders.

PVDA: Eens . Om dierenwelzijn te garanderen, moeten we wel de landbouwer ondersteunen. Omdat nu de winstlogica vrij spel heeft en de distributie de winstmarges voor de landbouwers kleiner maakt, wordt de hele sector gedwongen de productiviteit verder op te drijven. Met dumpingprijzen is het niet mogelijk in gezonde voeding, comfortabele stallen, een goed leven en een pijnloze dood te voorzien.

sp.a: Eens . We zijn voor scherpere normen en meer controle op het dierenwelzijn. De regel moet zijn dat elk dierenleed dat kan vermeden worden zonder enige uitzondering ook vermeden moet worden.

Vlaams Belang: Eens . Onder impuls van Vlaanderen heeft België zich aangesloten bij een voortrekkersgroep binnen de EU. Men pleit hierbij voor sterkere Europese actie in verschillende dierenwelzijnsdossiers, zowel voor landbouwdieren als voor gezelschapsdieren. We zijn echter niet akkoord met de stigmatisering van de sector door bepaalde bewegingen en partijen. Wij hebben ter zake vertrouwen in de sector.

CD&V: Eens. Een meerderheid van de oudere landbouwers geeft aan geen overnemer te vinden. Vlaanderen moet zich inzetten om de drempel te verlagen die jonge landbouwers ervan weerhoudt een landbouwbedrijf op te starten of over te nemen. Daarvoor zullen we de toegang tot grond en kapitaal moeten vergemakkelijken en nog meer inzetten op opleiding en innovatie.

Groen: Eens .Elk jaar stoppen 1.000 boeren en amper één op zeven heeft een opvolger. Vandaag kan je bijna alleen in het vak stappen als je uit een landbouwfamilie komt. Iets opstarten van niets is moeilijk. Daarom willen we prioritair inzetten op toegang tot grond en de hervorming van de landbouwsteun voor landbouwers die hun bedrijfsmodel echt willen omslaan.

NV-A: Eens . Meer marktwerking, meerwaardecreatie, de boer als ondernemer en landbouw als een divers gegeven. Zo wordt het ook eenvoudiger om landbouwer te worden en om financiering voor een project te vinden. Deze regering creëerde meer zekerheid: versterking sociaal statuut zelfstandigen, soepelere regels rond financiering, verlaging vennootschapsbelasting.

Open VLD: Eens . Er is nood aan een nieuw actieplan voor starters. Schaalverandering en businessmodellen op maat kunnen de instapdrempel verlagen. Door de pachtwet te moderniseren, kan de toegang tot grond verbeteren. Het GLB moet maximale steun voor starters voorzien. Bepalingen inzake bedrijfsomzet en netto-inkomen voor VLIF-steun zijn toe aan evaluatie.

PVDA: Eens . Landbouw is kapitaalintensiever geworden. Met het huidige landbouwbeleid doen vooral de agro-industrie en de grote distributiebedrijven hun voordeel. We richten een openbare landbouwbank op die investeringen faciliteert, vooral voor de jonge landbouwers. Wij ondersteunen de kleinere ondernemingen door de hulp degressief te maken naargelang van de oppervlakte.

sp.a: Eens . De drempel voor beginnende boeren zonder geërfde grond is te groot. De overheid moet echt familiale landbouwbedrijven, biolandbouw en geïntegreerde land- en tuinbouw meer ondersteunen. We zien hierin een rol voor samenwerkingsverbanden tussen overheden (gronden van bijvoorbeeld OCMW's ) en coöperaties als ‘De Landgenoten’.

Vlaams Belang: Eens . In het kader van het Plan Juncker wordt 2 miljard euro voorzien voor investeringssteun in de landbouw en bio-economie. Een belangrijk gedeelte van dit bedrag wordt exclusief voorbehouden voor jonge boeren. Toegang tot productiefactoren waaronder kapitaal en grond zijn immers uitermate belangrijk voor jongeren. Wij willen verlaging van de eigen inbreng bij leningen, het verlenen van waarborgen en flexibiliteit in de afbetaling.

CD&V: Oneens. Grondenbanken zijn nuttig in het kader van lokale projecten, de veralgemeende toepassing is niet aangewezen omdat de overheid de gronddruk op de markt nog verder zou verhogen. CD&V is wel van oordeel dat de slinger van de huidige vrije grondmobiliteit té ver is doorgeslagen en de toekomst van lokale voedselproductie hypothekeert. We laten onderzoeken of een systeem haalbaar is dat overheidsregulatie van de grondenmarkt mogelijk maakt om zo landbouwgronden in landbouwhanden te houden.

Groen: Eens . Als we een toekomst voor boeren willen, moeten we ingrijpen op de toegang tot grond. Woekerprijzen van 50.000 euro per ha zijn geen uitzondering meer. Startende boeren kunnen dit bedrag niet neerleggen. We stellen paal en perk aan verpaarding en vertuining. Vrijgekomen landbouwgrond bieden we in eerste instantie aan aan boeren of coöperatieven.

NV-A: Eerder oneens. We zijn van mening dat Vlaanderen in de eerste plaats nood heeft aan een grondige hervorming van de pachtwetgeving met aandacht voor de rechten en de plichten van pachter en eigenaar en met voldoende lange pachtperiodes die moeten zorgen voor bedrijfszekerheid.

Open VLD: Oneens . Een gelijkaardig initiatief in Frankrijk is geen onverdeeld succes. We hechten wel groot belang aan een transparante markt. Bovendien wordt 63% van het landbouwareaal gepacht. Daarom is een modernisering van de pachtwet die eigenaars stimuleert om hun gronden voor langere termijn te verpachten onze prioriteit.

PVDA: Eens . In Vlaanderen heeft ruimtebeslag en speculatie de prijs van landbouwgrond in tien jaar verdrievoudigd. We offeren geen landbouwgrond meer op. Alleen echte landbouwers en openbare operatoren kunnen landbouwgrond kopen. We creëren, zoals in Frankrijk, gespecialiseerde overheidsbedrijven om landbouwgrond te beheren. Die hebben voorkooprecht bij de verkoop van landbouwgrond.

sp.a: Eens . De drempel voor beginnende boeren zonder geërfde grond is te groot. De overheid moet echt familiale landbouwbedrijven, biolandbouw en geïntegreerde land- en tuinbouw meer ondersteunen. We zien hierin een rol voor samenwerkingsverbanden tussen overheden (gronden van bijvoorbeeld OCMW's ) en coöperaties als ‘De Landgenoten’.

Vlaams Belang: Eens. Wij zijn voorstander van meer betaalbare landbouwgrond en open ruimte en dus niet tegen een publiek-private vereniging voor koop en verkoop van landbouwland onder overheidscontrole. We zijn het eens met de analyse van Fedagrim dat momenteel géén landbouwgerelateerde criteria gelden om landbouwgrond te kunnen verwerven. In de praktijk zijn het vaak niet-agrarische ondernemers, hobbyboeren, paardeneigenaars of bewoners met een tuin die landbouwgrond verwerven met alle gevolgen voor de prijzen.

Meest recent

Meest recent