Bestuiving en bevruchting bij fruitbomen

Bestuiving en bevruchting bij fruitbomen

We kunnen allemaal ons steentje bijdragen aan een gezonder klimaat, want iedere boom- het hoeven niet altijd bossen te zijn- telt. Een goed alternatief is het aanplanten van een fruitboom. Een laagstam of struikvorm past ook in een kleinere tuin, die niet alleen zorgt voor een uitbundige bloei in het voorjaar en welkome schaduw in de zomer, maar in de herfst ook nog zorgt voor een rijke oogst aan gezond en lekker fruit. Een uitbundige bloei is echter niet altijd een garantie voor een overvloedige oogst. Maar al te vaak gebeurt het in particuliere tuinen dat een appel- of perenboom rijkelijk bloeit, maar toch nauwelijks of geen fruit draagt. Een mogelijke verklaring hiervoor ligt bij een slechte bestuiving van de bloemen.

Bestuiving en bevruchting

Dit is het bekende verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Om een bloem te laten uitgroeien tot een vrucht, moet die eerst bestoven worden. Dit wil zeggen dat er stuifmeelkorrels (mannelijke voortplantingscellen) op een rijpe stamper (vrouwelijk deel van de bloem) moeten terechtkomen. Naast de bestuiving is er ook nog bevruchting nodig. Hiervoor moet uit de stuifmeelkorrel een kiembuis groeien, die dwars door de stamper heen groeit tot in het vruchtbeginsel. Op die manier kunnen de mannelijke en de vrouwelijke voortplantingscellen versmelten en zal er zaad gevormd worden. Pas wanneer dit proces van bestuiving én bevruchting goed verloopt, zal de bloembodem uitgroeien tot een vrucht, ter bescherming van de zaden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er heel veel stuifmeel in de lucht aanwezig is en op de stamper terechtkomt (door de wind en insecten), maar dat enkel het geschikte stuifmeel door de stoffen aanwezig op de rijpe stamper, zal gestimuleerd worden om een kiembuis te vormen en de bloem te bevruchten.

Zelfbestuiving versus kruisbestuiving

Typisch voor fruitbomen is dat er rassen zijn met goed stuifmeel en rassen met slecht of zwak stuifmeel. De rassen met goed stuifmeel zijn veelal zelfbestuivers. Dit houdt in dat het stuifmeel de bloemen van de eigen boom of bloemen van bomen van hetzelfde ras kan bevruchten. De meeste fruitrassen hebben echter slecht of onvruchtbaar stuifmeel. Wanneer dergelijk stuifmeel op de stamper terechtkomt, zal er geen kiembuis uitgroeien en zal er ook geen bevruchting optreden. Deze rassen zijn dus aangewezen op “vreemd” stuifmeel. Als leverancier van stuifmeel kunnen in dit geval bomen van dezelfde soort (vb. appel met appel) maar van een ander ras (vb. Sterappel met James Grieves) dat wel goed stuifmeel heeft, worden gebruikt als bestuiver. We spreken dan van kruisbestuiving.

Basisregels

voor een goede oogst

Bij de aanplant van fruitbomen dienen we dus rekening te houden met een aantal basisregels om tot een goede oogst te komen. Wanneer er voldoende fruitbomen van dezelfde soort in de buurt aangeplant zijn, kunnen deze bomen instaan voor de bestuiving en bevruchting. Hou er rekening mee dat ook siersoorten zoals sierappels en sierperen goede stuifmeelleveranciers zijn. Vaak kunnen we dus rekenen op de bomen in de buurt voor een goede bevruchting van onze eigen fruitbomen.

Een andere mogelijkheid is te kiezen voor een goed zelfbestuivend ras. Deze rassen leveren in de regel een bevredigende oogst op zonder dat er andere rassen in de buurt staan. Vaak dragen ze wel meer en grotere vruchten als er toch kruisbestuiving optreedt.

In andere gevallen zullen we moeten overgaan tot het aanplanten van 2 of meerdere bomen van een verschillend ras. Hierbij is het van belang dat men altijd kiest voor 1 ras met goede stuifmeeleigenschappen. Dit ras doet dan aan zelfbestuiving en zal zorgen voor de bestuiving van het ras met minder goed stuifmeel. Ook het bloeitijdstip is van belang. De combinatie van een vroegbloeiend ras met een laatbloeiend ras is in dit kader geen goede keuze.

In de literatuur en op internet zijn heel wat bestuivingstabellen terug te vinden, waaruit af te lezen is welke rassen geschikt zijn voor de bestuiving van het specifieke ras dat men wil aanplanten. Dergelijke tabellen blijken echter niet altijd correct te zijn en soms in tegenspraak met elkaar. Men kan zich bij de aankoop van een fruitboom beter laten adviseren door de verkoper of één van onderstaande rassen kopen die erom bekend staan stuifmeel van goede kwaliteit te produceren en een breed gamma van andere rassen te kunnen bevruchten.

Overzicht rassen

per fruitboomsoort

Appel

Goede zelfbestuivende rassen zijn: Benoni, Elstar, James Grieves en jonagold

Goede stuifmeelproducenten zijn: Summerred, sterappel, Schone van Boskoop, Melrose, James Grieves, Golden Delicious, Gloster, Elstar, Benoni of Cox Orange Pippin.

Peer:

Een goede zelfbestuiver voor particuliere tuinen is het ras Conférènce. Dit ras kan onder bepaalde omstandigheden zelfs vruchten produceren zonder dat er bevruchting heeft plaatsgevonden (dit noemt men parthenocarpie). Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de voortplantingsorganen van de bloem beschadigd zijn door late nachtvorst.

Perenrassen met goede stuifmeelproductie die kunnen aangeplant worden als bestuiver zijn: Beurré Hardy, Bonne Louise d'Avranches, Clapp's favourite, Legipont en Conférènce.

Pruim

Ook voor de meeste pruimenrassen geeft kruisbestuiving het beste resultaat. Goede zelfbestuivende soorten, die ook andere rassen kunnen bestuiven zijn o.a.: Belle de Louvain, Altesse Simple, Mirabelle de Metz, Prune de Prince (RGF), Victoria (syn. Reine Victoria), Sanctus Hubertus en Opal.

Kersen

Bijna alle rassen zijn aangewezen op kruisbestuiving. Goede zelfbestuivende rassen, die ook dienstdoen als kruisbestuivers, zijn o.a.: Stella, Sweethart en Sunburst

Krieken

De meest courante soorten die in de handel verkrijgbaar zijn, zijn zelfbestuivend. Krieken en kersen zouden elkaar onderling kunnen bestuiven, maar door hun verschillende bloeitijdstip levert dit geen praktisch nut op.

Planttips

-De late herfst is het ideale moment voor het planten van bladverliezende struiken en bomen. Zo rond de periode van Allerheiligen laten de bomen stilaan hun blad los en gaan ze in winterrust. Ze kunnen dan zonder veel kwaliteitsverlies gerooid en vertransporteerd worden.

-Zorg ervoor dat de wortels of de wortelkluit nooit volledig uitdrogen.

-Doordat de temperatuur in de bodem nog vrij hoog is, zal de boom onmiddellijk nieuwe worteltjes vormen en vlotter kunnen doorgroeien in het voorjaar.

GB

Meest recent

Meest recent