Wat brengt een lam op?

Enkele voorbeelden van karkassen: links matig bespierd (R) en te mager of veel te vet, rechts weinig of sterk bespierd.
Enkele voorbeelden van karkassen: links matig bespierd (R) en te mager of veel te vet, rechts weinig of sterk bespierd.

Uit contacten met bedrijven leren we dat veel bedrijven hun lammeren nog steeds niet per kg verkopen maar wel per stuk. Dit is geen gunstige situatie. Maar er zijn ook diverse factoren die de prijsvorming, hetzij per kg, hetzij per stuk bepalen...

De prijsvorming

Algemeen kunnen we stellen dat de prijs per kg bepaald wordt door de marktsituatie, door het handelskanaal, door het moment van het jaar en door de slachtkwaliteit van de lammeren, meer concreet de bevleesdheid en de vetbedekking.

Beginnen we met de marktsituatie. België heeft een groot tekort aan lamsvlees. Als er vijf lammeren geconsumeerd worden, dan zijn er hiervan meer dan vier ingevoerd uit het buitenland. We liggen daarbij op een kruispunt van handelswegen voor zowel levende als geslachte lammeren. Dit betekent dat onze prijzen voor slachtlammeren door het buitenland gedicteerd worden. De prijzen in Nederland, Groot-Brittannië en Ierland zijn bepalend voor onze lammerprijzen. Recent zijn onze lammerprijzen zo met 10 à 20 cent per kg gedaald omdat, omwille van de Brexit, de waardeverhouding tussen het Britse pond en onze Euro gewijzigd is.

Handelskanaal

Wat de invloed van het handelskanaal betreft: België is een ‘klein’ schapenland met een beperkt en versnipperd aanbod. Dit laat geen efficiënte handel toe. Een handelaar moet veel tijd besteden aan het verzamelen van de lammeren en moet hiervoor vergoed worden, dus betaalt hij een lagere prijs per kg, want misschien verkoopt hij deze lammeren verder door aan een ‘grote’ handelaar en beiden moeten hun kost verdienen. Maar deze stappen drukken de prijzen die de schapenhouder krijgt, dus uitkijken om deze handelsketen in te korten kan lonend zijn.

De prijsevolutie in de loop van het jaar: Wij produceren twee types lammeren, namelijk paaslammeren en weidelammeren. Paaslammeren worden verkocht op jonge leeftijd, op een gewicht van 30-38 kg in de periode tussen begin maart en begin juni (Pasen-Pinksteren). Het prijsniveau ligt ergens tussen 2,8 en 3,2 EUR/kg. De rest van het jaar worden weidelammeren verkocht. Zij wegen best 40-42 kg voor de ooitjes en 44-46 kg voor de rammen. De prijs schommelt gemiddeld tussen 1,9 en 2,4 EUR/kg.

Bevleesdheid en vetbedekking

Om de beoordeling van bevleesdheid en vetbedekking tastbaar te maken is binnen Europa het SEUROP-klasseringssysteem ingevoerd. Dit wordt zowel voor levende als voor geslachte lammeren toegepast.

Bij de bevleesdheid staat de S voor het dikbil-type (super Texel) terwijl P staat voor een erg plat lam type heide- of melkschaap. Wat de vetbedekking betreft is in België de klasse 2 het meest gewenst. In Frankrijk bijvoorbeeld wenst men een iets vetter lam dan bij ons en is vetklasse 3 het meest gewenst. Veel vet betekent ook veel versnijdingsverliezen.

Basisprijzenrooster

Hoe is nu de relatie tussen bevleesdheid en vetbedekking en de prijsvorming? De vzw Vlaamse Schapenhouderij heeft vele jaren lammerverkoop op verzamelplaatsen georganiseerd gekoppeld aan een prijsvorming gebaseerd op de SEUROP-klassering voor bevleesdheid en vetbedekking van de levende lammeren.

Op basis van de ervaringen en in wisselwerking met de schapenhandel werd een prijzenrooster ontwikkeld dat de relatie tussen kwaliteit en vetbedekking en prijs weergeeft. Dit basisprijzenrooster wordt weergegeven in volgende tabel, waarbij de klasse R2 de referentieprijs op een bepaald ogenblik is. De tabel geeft dan de afwijkingen in duizendsten van een euro van de prijs per kg ten opzichte van deze referentieprijs in functie van een bepaalde bevleesdheid van het lam en van de vetbedekkingsklasse.

In de praktijk wordt deze tabel nog verder verfijnd door elke bevleesdheids- en vetbedekkingsklasse nog op te delen in drie subklassen: ‘+’, ‘0’, en ‘-’. Daarnaast hanteert men soms ook nog een bijkomende vetbedekking ‘-1’ voor dieren die veel te mager zijn. Zo kan de prijsvorming verder gedetailleerd en verfijnd worden. Maar voor de eenvoud gaan we hier niet tot op subklasseniveau. Het spreekt tevens voor zich dat elk dier juist inschatten, of het nu qua bevleesdheid ‘U0’, ‘U+’ of ‘U-’ is, en qua vetbedekking ‘2.0’ of ‘2+’ of ‘2-’ is , heel wat ervaring vraagt.

Rekenvoorbeeld

Hoe moeten we deze tabel juist interpreteren? Stel dat de referentieprijs voor een lam van klasse R2 vandaag 2,00 EUR/kg levend is, en onze lammeren worden geklasseerd in ‘U2’ dan krijgen we 2,175 EUR/kg, voor een te mager lam in ‘U1’ is de prijs 2,10 EUR/kg, voor een veel te vet lam in ‘U4’ krijgen we 1,925 EUR/kg.

Merk op dat voor een lam in de ideale vetklasse 2 de invloed van de bevleesdheid een prijsverschil per kg kan uitmaken van 1 EUR. Voor een referentieprijs van 2,00 EUR/kg, krijgen we voor een ‘P2’ 1,50 EUR/kg en voor een ‘S2’ 2,50 EUR/kg. Per lam met een gewicht tussen 40 en 50 kg betekent dit dus 40 à 50 euro meer of minder inkomsten op basis van de bevleesdheid. Dit zal een zeer grote invloed hebben op de rendabiliteit van ons bedrijf. De bevleesdheid van het lam zal vooral bepaald worden door het type/ras van de ooi en van de ram,daar komen we dadelijk op terug.

Vermijd te vet!

De vetheidsgraad beoordelen moeten we leren, en lammeren afleveren die niet te vet en niet te mager zijn heeft alles te maken met de bedrijfsvoering (aangepaste voeding) en met de deskundigheid van de bedrijfsleider. Lammeren die ouder/zwaarder worden en goed gevoederd worden gaan stilaan minder vlees en meer vet aanzetten. Daarom zal de handel bij afleveren van te zware lammeren meestal een lagere prijs per stuk of per kg geven.

Een beeld van wat vetheid betekent qua inwendig vet (resp.  vetbedekkingsklasse 4, 2 en 1).
Een beeld van wat vetheid betekent qua inwendig vet (resp. vetbedekkingsklasse 4, 2 en 1).

Buiten de paasperiode worden ooitjes, die sneller vervetten, best afgezet op een gewicht van 40 à 42 kg levend, rammen kan men laten doorgroeien tot 44 à 46 kg levend. Om zich in te dekken tegen teveel vet heeft de handel de neiging om de referentieprijs voor ooitjes altijd lager in te stellen dan voor ramlammeren. Dit verschil kan oplopen tot 10 à 20 eurocent/kg.

Bespiering en erfelijkheid

Gezien het belang van de bevleesdheid van de slachtlammeren om een goede prijs te krijgen moet hier in de bedrijfsvoering ook rekening mee gehouden worden.

Elk bedrijf gebruikt een bepaald type (= ras) ooi in functie van zijn doelstellingen, hetzij beheer van natuurgebieden, hetzij streven naar vruchtbaarheid en veel lammeren, hetzij aan stamboekwerking doen, …

Rassen die kunnen gedijen in beheersituaties zijn meestal weinig gespierd, ook is er een genetische tegenstelling tussen vruchtbaarheid en bevleesdheid. Vruchtbare rassen hebben meestal minder bespiering. Omgekeerd hebben vleesrassen, zoals Texel, een lagere vruchtbaarheid. Elk bedrijf werkt met een bepaald type moederdier, maar door de keuze van de ram kan nog heel wat bijgestuurd worden qua bevleesdheid.

Voorbeeld

De erfelijkheidsgraad van bevleesdheid is goed en ligt tussen 0,40 en 0,60. Dit betekent dat een weinig bevleesde moeder kruisen met een weinig bevleesde vader lammeren zal geven die weinig bevleesd zijn. Klassen O en P onderling kruisen geeft als slachtlammeren O’s en P’s. Maar als men om bedrijfsredenen ooien heeft die in klasse O of P zitten (bv heideschapen of melkschapen) en men gebruikt hierop een ram van bevleesdheidsklasse U of E, dan kan men verwachten dat de lammeren ergens tussenin zullen zitten qua bevleesdheid: bijvoorbeeld moeder ‘O’ met ram ‘U’ kruisen kan als resultaat in hoofdzaak lammeren van een bevleesdheid ‘R’ opleveren. Maar ook een vruchtbare ooi in klasse R (bv. Swifters) kruisen met een bevleesde ram van klasse E zal in hoofdzaak tot lammeren van bevleesdheidsklasse U leiden.

Hier geldt dus de gouden regel dat de ram de helft van de kudde is en een enorme invloed kan hebben op de slachtkwaliteit van de lammeren en ook op de te realiseren verkoopprijs. Dus een juiste ramkeuze kan veel centen opbrengen.

Waar vindt u de actuele prijzen?

De vzw Vlaamse Schapenhouderij (VSH) verzamelt al heel veel jaren elke week een overzicht van de actuele verkoopprijzen (per kg) voor slachtlammeren. Dit werk wordt ondersteund door de Vlaamse Overheid en de prijzen maken onderdeel uit van een Europese prijsregistratie.

Elke week worden deze prijzen ook gepubliceerd in de landbouwbladen, zoals Landbouwleven. Meestal worden prijzen weergegeven voor ooitjes en rammetjes afzonderlijk. In de paasperiode worden de prijzen voor paaslammeren afzonderlijk opgenomen.

En bij u?

Voor de interpretatie van deze gepubliceerde prijzen kan men ervan uitgaan dat het prijzen betreft voor lammeren in de referentieklasse R2. Zijn uw lammeren meer of minder bevleesd, of te vet of te mager, dan moet deze prijs gecorrigeerd worden zoals hoger beschreven.

Maar voor al wie zijn lammeren per stuk verkoopt is het zeker aan te raden ook een idee te krijgen van hun gewicht. Pas dan kan men zelf inschatten of de geboden prijs marktconform is of niet. Het gewichtsverschil tussen lammeren van visueel hetzelfde volume kan erg verschillen. Soms verbergt dit volume veel wol en lucht, maar soms zit er ook veel vlees in dit pakket. Wie slachtlammeren kweekt wil graag vlees verkopen, de handel wil graag lamsvlees kopen. Wie weegt en de slachtkwaliteit kan beoordelen weet welke waar hij te koop aanbiedt en kan zo ook een goed idee hebben van wat een eerlijke prijs is. Meten is ook hier weten.

André Calus

Meest recent

Meest recent