Startpagina Maïs

Maïs rijpt aan normaal tempo verder af

Ook de afgelopen week werden in het LCV-netwerk weer heel wat drogestofbepalingen uitgevoerd. Met een gemiddelde verhoging van 2,2% droge stof tijdens de afgelopen week mogen we stellen dat de maïs in een normaal tempo verder afrijpt.

Leestijd : 2 min

Ondertussen zien we ook meer locaties die (meer dan) oogstrijp zijn.

In Boutersem, Tongeren, Tongerlo en Zichem bedraagt het drogestofpercentage 35% of meer. Op deze locaties zien we dat zeker de vroege rassen op hun ideale oogstmoment zijn. Bij de late rassen is het afhankelijk van ras en locatie. De cijfers van Hoogstraten, Poperinge, St-Niklaas en Zelzate laten zien dat zeker voor de vroege rassen het oogstmoment begint te naderen.

Tabel 1: Afrijping mais, staalname van 3 september
Tabel 1: Afrijping mais, staalname van 3 september - Bron: LCV

In de praktijk zien we nog maar weinig hakselaars uitrijden terwijl er nu toch al heel wat percelen in een oogstrijp stadium zitten. De grootste bedrijvigheid bij de hakselmaïs zien we momenteel in de provincies Limburg en Antwerpen. Dat is ook logisch omdat gemiddeld genomen deze provincies reeds het verst gevorderd zijn in de afrijping van de maïs.

De laatste week merken we op dat soms op (delen in) percelen die al wat verdroogd waren, de planten beginnen te knikken ter hoogte van de kolf en dat kolven beginnen hangen. Hier en daar valt er al eentje uit het gewas. Als dit percelen zijn die bestemd zijn om te hakselen, wordt de oogst best niet lang meer uitgesteld om verdere verliezen te beperken. Is het korrelmais daarentegen, bekijk dan de situatie kritisch en beslis of het perceel blijft staan om te dorsen of om het toch als hakselmais te oogsten.

Voor LCV : Gert Van de Ven en An Schellekens, Hooibeekhoeve; Jurgen Depoorter, CIPF

Lees ook in Maïs

Hoe presteren droogtetolerante maïsrassen in natte én droge jaren?

Maïs De toenemende weersvariabiliteit – met vooral droogte, in het bijzonder tijdens de bloei – kan leiden tot aanzienlijke opbrengstverliezen in de maïsteelt. De veredeling zet daarom steeds meer in op rassen die beter bestand zijn tegen watertekort. Deze droogtetolerante rassen kunnen de opbrengststabiliteit verhogen en de afhankelijkheid van irrigatie beperken. Maar bieden ze ook effectief een meerwaarde in de praktijk? En blijven ze ook overeind in jaren waarin droogte geen bepalende factor is?
Meer artikelen bekijken