Wie voedt onze steden morgen? Landbouwers!

Wie voedt onze steden morgen? Landbouwers!

Onder het goedkeurend oog van federaal minister voor Landbouw Denis Ducarme en zijn voorganger Willy Borsus - sinds de vorige editie Waals minister-president, verklaarde voorzitter Jean-François Piérard de 84ste beurs van Libramont officieel voor geopend. Hij verwelkomde de dames en heren stadslandbouwers: “Deze beurs, gewijd aan landbouwers, is ook jullie beurs. Laten we opnieuw leren durven en nadenken over de landbouw van de toekomst.”

Leren van stadslandbouw

“De landbouw van vandaag moet opnieuw de verkoop van haar producten in handen nemen”, stelde Piérard bevlogen. “De marktregulatie van vroeger komt nooit meer terug. Stadslandbouwers zijn nooit kind van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) geweest. Bovendien komen ze uit hetzelfde milieu als hun klanten komen. We kunnen leren van hen”, vervolgde Piérard zijn betoog.

Stadslandbouw serieus nemen dus? “Het zijn geen dromers of marginale avonturiers meer. Het zijn professionals, met veel aandacht voor hun omgeving, de planeet en het welzijn van dieren. Ze zijn creatief, innovatief en ondernemend”, maakt Piérard zich sterk. Stad en landbouw zoeken toenadering. Dat blijkt ook uit de aanwezigheid van de regio Brussel met een stand op de beurs: een primeur. In 2013 telde de regio Brussel 21 landbouwbedrijven. Sindsdien is dat aantal meer dan verdubbeld.

Hoe ziet stadslandbouw eruit?

Dit jaar kan je voorbeelden en informatie rond permacultuur, aquaponie en hydroponie terugvinden op de beurs. Om een beeld te schetsen van Belgische stadslandbouw nodigde Piérard professor Haïssam Jijakli van de Universiteit Luik, afdeling Gembloux, uit op het podium. In zijn proeftuin voor stadslandbouw in Gembloux vind je vele voorbeelden terug.

Ook daarbuiten is Jijakli goed op de hoogte. Sommige van zijn voorbeelden hadden vooral een sociale functie (volkstuintjes, gedeelde boomgaarden...). Andere leunden tegen het commerciële, zoals groene appartementsgebouwen, of gingen vol voor rendabiliteit. De boeren die champignons in stadskelders kweken, of sprinkhanen in verlaten kantoorgebouwen, willen daar ook van leven.

Economische realiteit

“Hoewel stadslandbouw rendabel kan zijn, zal het nooit de concurrent zijn van traditionele productie. Je moet het zien als een aanvulling”, stelde Jijakli scherp. “Wanneer een stadslandbouwproject zich op het sociale richt, dan genereert het nieuw vertrouwen in de landbouwsector. Wanneer het rendabel is, situeert het zich in de niche.”

Dat betekent dat stadslandbouw de traditionele plattelandslandbouw op vele manieren kan dienen. Jijakli vermeldde nog dat innovaties in stadslandbouw, gestimuleerd door een streven naar circulaire economie, de landbouw buiten de stad kunnen inspireren.

Misschien verandert deze beurseditie het één en ander, maar voorlopig zijn weinig landbouwers-bezoekers echt geïnteresseerd in stadslandbouw. “Die mensen mogen ook iets hebben,” reageert een koppel akkerbouwers uit het Turnhoutse, “maar zelf wagen we ons daar niet aan. We dragen ons steentje wel bij met akkerrandbeheer en zo meer.”

Hete beurs

De beurs wachtte niet op de hoogwaardigheidsbekleders om buiten al in gang te schieten. Niet alleen de bezoekers, maar ook de dieren probeerden de hitte op afstand te houden. Die laatste kregen ventilatoren naast zich, en water à volonté. De mensen konden zich daarbovenop nog verkoelen onder watervernevelaars.

“Na een goed onweer vannacht koelt het vast af. Morgen komt er wel meer volk opdagen”, klonk het bij een standhouder. De hitte hield het koppel akkerbouwers alvast niet tegen: “Dit is een keigezellige, knusse, goede beurs. Zoiets vind je nergens anders. Natuurlijk zijn we gekomen.”

DC

Meest recent

Meest recent