Zijn homozygoot stressnegatieve eindbeerlijnen de toekomst?

Zijn homozygoot stressnegatieve eindbeerlijnen de toekomst?
Foto: KI Vansteenlandt

Al meerdere decennia wordt in Vlaanderen een stresspositieve Belgische Piétrain eindbeerlijn ingezet om vleesvarkens te produceren met een gunstige lage voederconversie en een hoge karkaskwaliteit. Dit heeft echter zijn weerslag op de verwerkbaarheid tot kookham en op de smakelijkheid van het vlees. Deze dieren hebben immers over het algemeen een lager intramusculair vetgehalte en verhoogde stressgevoeligheid, wat kan zorgen voor ongewenst bleek vlees met meer vochtverlies.

Reden voor het ILVO en UGent (Lanupro) om te bekijken hoe we via de eindbeerlijnkeuze de vleeskwaliteit kunnen verbeteren. In een vleesvarkensproef werden 3 eindbeerlijnen vergeleken: stresspositieve en stressnegatieve Belgische Piétrain en stressnegatieve Canadese Duroc.

Per eindbeerlijn werden de groeiprestaties van 80 nakomelingen (40 gelten en 40 immunocastraten) opgevolgd en bij de helft van deze vleesvarkens werd vleeskwaliteit bepaald.

Gelijkaardige voederconversie

De gemiddelde groeisnelheid en voederopname van de Canadese Duroc-nakomelingen was hoger ten opzichte van de Belgische Piétrain (figuur 1). Bij de nakomelingen van de stresspositieve en -negatieve Belgische Piétrain werd geen aantoonbaar verschil in de voederopname en de groei opgemerkt.

De hogere voederopname bij de nakomelingen van de Canadese Duroc vertaalde zich in een hogere groeisnelheid, waardoor er bijgevolg geen beduidend verschil was in de voederconversie tussen de 3 eindbeerlijnen.

Figuur 1. Dagelijkse groei, dagelijkse voederopname en voederconversie van de 3 eindbeerlijn nakomelingen (8 hokken met 5 vleesvarkens per eindbeerlijn)
a,b: waarden met een ander superscript verschillen significant ( P< 0.05 )
BP+: stress positieve Belgische Piétrain; BP-: stress negatieve Belgische Piétrain; 
CD: Canadese Duroc
Figuur 1. Dagelijkse groei, dagelijkse voederopname en voederconversie van de 3 eindbeerlijn nakomelingen (8 hokken met 5 vleesvarkens per eindbeerlijn) a,b: waarden met een ander superscript verschillen significant ( P< 0.05 ) BP+: stress positieve Belgische Piétrain; BP-: stress negatieve Belgische Piétrain; CD: Canadese Duroc

Belgische Piétrain geeft beste karkaskwaliteit

De Canadese Duroc-nakomelingen haalden een lager karkasrendement en magervleesaandeel dan de vleesvarkens van de Belgische Piétrain (figuur 2). Alsook was de Meat Building Index (MBI) – als maat voor karkasconformatie in combinatie met het magervleesaandeel, en dus de uitbetaling per karkas – het gunstigst voor de Belgische Piétrain-nakomelingen. Hoewel in het verleden de karkaskwaliteit van nakomelingen van stressnegatieve Piétrain-eindberen gemiddeld minder was dan deze van stresspositieve Piétrainberen, was er in deze proef geen aantoonbaar verschil.

Figuur 2. Karkaskwaliteit van de vleesvarkens van de 3 eindbeerlijnen (40 immunocastraten en 40 gelten per eindbeerlijn)
a,b: waarden met een ander superscript verschillen significant ( P< 0.05 ) 
BP+: stress positieve Belgische Piétrain; BP-: stress negatieve Belgische Piétrain; 
CD: Canadese Duroc
Figuur 2. Karkaskwaliteit van de vleesvarkens van de 3 eindbeerlijnen (40 immunocastraten en 40 gelten per eindbeerlijn) a,b: waarden met een ander superscript verschillen significant ( P< 0.05 ) BP+: stress positieve Belgische Piétrain; BP-: stress negatieve Belgische Piétrain; CD: Canadese Duroc

Beste vleeskwaliteit voor Canadese Duroc

Om vlees met een lagere technologische kwaliteit te detecteren aan de slachtlijn wordt de pH van de carré 35 minuten na het slachten gemeten. Indien de pH van het spierweefsel kort na het slachten te snel daalt (pH < 5,8 na 40 minuten) kan dit aanleiding geven tot PSE vlees. De gemiddelde pH voor de nakomelingen van de stress-positieve Belgische Piétrain lag opmerkelijk lager (6,48) dan deze van de stressnegatieve Belgische Piétrain (6,66) en deze van de Canadese Duroc (6,71). Drie karkassen (of 3,8%) van de stresspositieve Belgische Piétrain eindbeerlijn hadden een pH onder de 5,8, terwijl dit niet voorkwam bij de andere eindbeerlijnen.

Naast de pH werd ook het dripverlies (zie foto) en het intramusculair vetgehalte bepaald. Een te hoog dripverlies van het vlees wordt door de consumenten en vleesverwerkers niet geapprecieerd. Het dripverlies was lager voor de nakomelingen van de Canadese Duroc (6,7%) ten opzichte van de 2 Belgische Piétrainlijnen (BP+: 8,7 %, BP-: 8,1%). Dit ligt in lijn met de verschillen in pH. Hier zagen we nog een duidelijk effect van het stressgen. Het dripverlies verschilde niet beduidend tussen de 2 Belgische Piétrainlijnen en wel met de Canadese Duroc. Naast het stressgen speelt dus ook de verschillende genetische achtergrond (Piétrain vs Duroc) een rol. De Canadese Duroc-nakomelingen hadden ook een hoger intramusculair vetgehalte (2,6%) in vergelijking met de Piétrainlijnen (BP+: 1,9%; BP-: 2,0%). Een intramusculair vetgehalte van minimaal 2% is aangewezen, aangezien dit de sappigheid en smakelijkheid van een stukje vlees ten goede komt.

Het dripverlies was lager voor de nakomelingen van de Canadese Duroc. Een te hoog dripverlies van het vlees wordt door de consumenten en vleesverwerkers niet geapprecieerd.
Het dripverlies was lager voor de nakomelingen van de Canadese Duroc. Een te hoog dripverlies van het vlees wordt door de consumenten en vleesverwerkers niet geapprecieerd. - Foto: ILVO

Stresspositieve Belgische Piétrain minst sappig

Tot slot evalueerden getrainde experten de malsheid (eerste beet) en sappigheid (na 3 keer kauwen) van de carré. Op vlak van malsheid detecteerden ze geen verschil tussen het vlees van de eindbeerlijnen, maar het vlees van de stressnegatieve Belgische Piétrain en Canadese Duroc werd door de experten wel als sappiger bevonden (figuur 3).

Figuur 3. Effect van de eindbeerlijn op de malsheid - schaal van 0 ( zeer taai) tot 100 ( zeer mals) - en de sappigheid - schaal van 0 (zeer droog) tot, 100 (zeer sappig) - van de carré gescoord voor 20 immunocastraten en 20 gelten per eindbeerlijn
a,-b: waarden met een ander superscript verschillen significant ( P< 0.05 ) 
BP+: stress positieve Belgische Piétrain; BP-: stress negatieve Belgische Piétrain; 
CD: Canadese Duroc
Figuur 3. Effect van de eindbeerlijn op de malsheid - schaal van 0 ( zeer taai) tot 100 ( zeer mals) - en de sappigheid - schaal van 0 (zeer droog) tot, 100 (zeer sappig) - van de carré gescoord voor 20 immunocastraten en 20 gelten per eindbeerlijn a,-b: waarden met een ander superscript verschillen significant ( P< 0.05 ) BP+: stress positieve Belgische Piétrain; BP-: stress negatieve Belgische Piétrain; CD: Canadese Duroc

Homozygoot stressnegatieve eindbeer is prima keuze

Nakomelingen van de Canadese Duroc hadden dus de beste vleeskwaliteit, gevolgd door deze van de stressnegatieve Belgische Piétrain. Daarentegen waren nakomelingen van de Belgische Piétrain in een standaard uitbetalingssysteem economisch gunstiger voor varkenshouders door hun betere karkaskwaliteit in vergelijking met de Canadese Duroc. De verschillen op vlak van voederconversie waren dan weer beperkt. Het inzetten van een stressnegatieve Belgische Piétrain lijkt een interessante piste te zijn om een goede karkaskwaliteit te combineren met een verbeterende vleeskwaliteit. Varkenshouders die toch voor de Canadese Duroc kiezen, moeten op zoek naar valorisatie van de betere vleeskwaliteit.

Eline Kowalski (ILVO, UGent), Marijke Aluwé (ILVO), Stefaan De Smet (UGent), Sarah De Smet (Varkensloket)

Deze proeven werden gefinancierd door Agentschap innoveren & ondernemen (IWT: 150909). Vragen of opmerkingen? Eline Kowalski: eline.kowalski@ilvo.vlaanderen.be

Meest recent

Meest recent