Aardbeienbedrijf Schrijvers: ‘We willen heerlijke én betaalbare aardbeien aanbieden’

Elke werkdag is anders voor Steve, maar elke dag begint steevast met aardbeien eten.  “Als ze niet smaken, is er iets aan de hand.”
Elke werkdag is anders voor Steve, maar elke dag begint steevast met aardbeien eten. “Als ze niet smaken, is er iets aan de hand.” - Foto: MV

Wie lust ze niet, dat heerlijke rode fruit dat bijna heel de zomer te verkrijgen is. De familie Schrijvers in Hoogstraten alvast wel. Op nog geen km van het centrum is hun aardbeienbedrijf gevestigd, dat getypeerd wordt door enkele grote serres waar de aardbeien op substraat worden geteeld. “Het aardbeienbedrijf zit al 4 generaties in de familie”, vertelt uitbater Steve. Steve zette zelf geen serres meer bij, maar nam de serres van de buren over. “Het zijn de buren die gestopt zijn, waaronder een tomatenteler en een aardbeiteler. Het bedrijf is groter geworden, maar andere bedrijven in Hoogstraten breiden ook uit. Dat betekent wel dat er minder aardbeitelers zijn, wat het beroep eenzamer maakt zonder buren waar je vroeger dagelijks een praatje mee maakte”

Momenteel beheert de familie 3 ha aardbeien en wat extra gronden. Die worden aangewend om planten op te kweken of te verhuren. Dat verhuren lijkt Steve logisch: “ het is niet altijd rendabel om altijd en overal teelten te hebben. Zo ben ik gestopt met aardbeien in vollegrond: het planten is leuk, maar je moet ze nog plukken ook, en dat is arbeidsintensief.”

In dé aardbeienstreek Hoogstraten

Aardbeien telen lijkt in de streek voor Steve een logische keuze. “Er is hier heide en schrale grond, en dat is wat aardbeien nodig hebben. Maar eigenlijk kan de aardbeienteelt overal, zolang de nachten koel zijn”, vertelt Steve. Hij geeft aan blij te zijn met de serres, de grootste investeringen zijn immers al gebeurd. “ In Hoogstraten merk je nog de passie, en dat maakt deze streek zo uniek. De teelt is niet evident en arbeidsintensief, maar de Hoogstraatse teler heeft de kunde en de wil om ervoor te willen gaan. En op zich hebben wij het wel goed: we wonen en werken hier met personeel samen. Hier is namelijk altijd werk, het zit gewoon in mijn hoofd dat er niets fout mag gaan.”

Elsanta, een ras dat overal past

Elsanta is het hoofdras op het aardbeienbedrijf. Steve beschrijft het ras als een hit die overal past, een klassieker. “Het is een lekkere aardbei als je het goed doet, maar vooral ook heel sterk en iets harder dan de meeste andere rassen: je kan ermee op een vrachtwagen naar Zweden rijden, zelfs als je hem rijp en zoet plukt. En hij blijft zijn zoete smaak behouden, wat van enorm belang is”, geeft Steve mee. Veel rassen zijn niet opgewassen tegen warme zomers.

Steve beschrijft het ras Elsanta als een hit die overal past, een klassieker.
Steve beschrijft het ras Elsanta als een hit die overal past, een klassieker. - Foto: MV

Vooral de warme nachten zijn funest. Als het ‘s nachts te warm is, gaan de aardbeien de energie verbruiken die ze die dag hebben opgedaan. Die energie – de suikers – moet eigenlijk in de aardbei blijven. “En dan krijg je van die roze platte aardbeien die niet te eten zijn. Dat wil niemand”, gruwelt de teler. Kiezen telers er wel voor om in de zomer te telen, dan gaan er extra tijd en kosten naar water, energie en meststoffen. Steve probeert echter wel eens een nieuw ras uit. “Een voorbeeld is een nieuw lenteras, Sonsation.”

Corona, een andere kijk

Steve werkt samen met een vast team van Roemenen en Polen. Die wonen bovendien in seizoenswoningen op het bedrijf. En ook aan zijn gezin heeft Steve veel hulp. Zijn vrouw Leen verzorgt thuis de administratie, het personeel, de personeelswoningen en toebehoren. Ook zijn kinderen helpen wel eens. Het coronajaar gaf echter een heel andere wending aan het werk op het bedrijf. “Qua werk was 2020 een leuk jaar, want er hebben 5 mensen uit de straat gewerkt die onder andere tijdelijk werkloos waren”, kijkt hij op die tijd terug.

Voor corona organiseerde de aardbeiteler ook rondleidingen. “Er kwamen soms 2 bussen per dag met toeristen. Dan komen die in de lente en spreekt de teelt ook voor zich. De aardbeien hangen mooi en de mensen zijn geïnteresseerd”, klinkt het. Maar op een bepaald moment moet je prioriteiten stellen, volgens hem. “We zijn een huis aan het bouwen en ons derde kind is geboren. Misschien dat we later terug starten met rondleidingen, maar dat is toekomstmuziek.”

Met kennis en smaak telen

Elke werkdag is anders voor Steve, maar elke dag begint steevast met aardbeien eten. “Als ze niet smaken, is er iets aan de hand. Pas als de aardbeien goed smaken, ben ik trots”, geeft hij mee. Tijdens de dag zorgt Steve ervoor dat de planten voldoende water en voeding hebben. Hij gebruikt geen sproeistoffen, “enkel als het echt uit de hand loopt, en dan gebruik ik enkel ‘brave’ middelen, zoals Karma tegen meeldauw.” Verder zet Steve hommels in voor de bestuiving en vanaf de helft van de lente komen er ook zweefvliegen en wilde bijen binnen. “De natuur helpt flink. Vooral zweefvliegen vind ik interessant: naast het feit dat het een goede bestuiver is, eten zijn larven ook luizen.”

Tijdens het plukken gaat hij er prat op dat elk personeelslid de juiste aardbei plukt. “De aardbeien moeten rood en rijp geplukt worden. De aardbei kan nog wat roder worden vanzelf, maar het is eigenlijk de plant die er de smaak inpompt en dus niet de aardbei zelf.” De aardbeien worden voor het grootste deel vermarkt via Coöperatie Hoogstraten, maar aan de weg staat ook een automaat te blinken. “Op die manier wil ik de mensen in de buurt laten genieten van verse betaalbare aardbeien. Want dat is het enige waar schoentje wringt: in sommige winkels blijft de aardbei te lang staan. Dan is de smaak niet perfect. Eigenlijk moet de aardbei direct van de veiling in de rekken gezet worden.”

Marlies Vleugels

Meest recent

Meest recent