Van bij de Bio-Hoeve: een ultravers groentepakket van Kempische kwaliteit

Marc Naets (links) en zijn zoon Jaan kiezen voor ultraverse groenten voor hun  groentepakketten.
Marc Naets (links) en zijn zoon Jaan kiezen voor ultraverse groenten voor hun groentepakketten. - Foto: MV

M arc Naets werd geboren als een echte boerenzoon uit de Kempen. Zijn ouders hielden koeien, maar Marc en zijn toenmalige vrouw Lea kozen voluit voor de groenteteelt. “We wilden iets doen in de boerenstiel. Een bedrijf overnemen zagen we niet zitten vanwege het benodigde kapitaal. We kochten daarom een boerderij in Westerlo om te tuinieren”, vertelt hij.

Marc is mecanicien van opleiding, maar zag zijn toekomst toch eerder in het boerenleven. “Ik dacht: in de landbouw werken, dat moet ik toch kunnen”, klinkt het. Zowel Marc en Lea waren bovendien overtuigd van bio. “Ik denk dat we, toch in onze streek, één van de eersten waren die voor bio kozen. In de jaren 90 was dat nog niet zo ingeburgerd. Als biolabel hebben we ‘Biogarantie’.”

In het begin was het boerenwerk eerder hobbymatig, en werkte Marc nog voor Duracell. Het aantal teelten was beperkt, en voor inkomen trok Lea met de groenten naar de markt van Herentals en Geel. “We hadden wel de ambitie om wat meer teelten te zetten, maar dan kruipt er ook meer arbeid in. Ik ging in loopbaanonderbreking in 1994, maar keerde nooit meer terug”, lacht hij. De Bio-Hoeve is geen grootschalig bedrijf, en met enkele tweedehands machines kon Marc aan de slag. “Ik ben nergens liever dan buiten.”

Een beheersbaar gamma

Dé troef van de Bio-Hoeve is het aantal teelten. Hij begon met wat snijbiet, rode biet en kolen, maar breidde het gamma snel uit. Een groot gamma aan groenten is interessant voor de klanten, is de redenering van Marc. “Echter, op het veld zijn veel teelten onbegonnen werk. Bij te veel soorten groenten werk je met erg kleine veldjes en krijg je het onkruid niet meer onder controle. Op een bepaald moment hebben we dan ook het gamma moeten terugschroeven”, vertelt de landbouwer.

Hij startte met 1 ha aan groenten en aardappelen, en evolueerde naar 3 ha. De zaden en planten komen vooral van Nederlandse bedrijven. Van sommige groenten zet hij 0,5 ha. “Dat is voor ons al een groot oppervlak. Dan gaat het om groenten die we verkopen aan de groothandel, zoals knolselder”, verklaart Marc. Op het terrein is er ook een onverwarmde serre. Die staat leeg in de zomer, in het voorjaar gebeurt de eerste planting. Daarin worden winterpostelein, spinazie, en allerhande soorten sla geteeld, zoals rucola.

Pionieren met pakketten

De belangrijkste afzet gebeurt via groente- en fruitpakketten. Het was een idee dat toevallig ontstond. “In de jaren 90 kenden we nog geen enkel bedrijf dat via pakketten hun producten verkocht”, herinnert Marc zich. “We kwamen er eigenlijk op omdat Lea altijd wat groenten meenam als ze naar haar vriendinnen ging. Toen dachten we: waarom kunnen we dat niet altijd op deze manier aanpakken? Och ja, je mag ons misschien wel één van de pioniers noemen”, lacht hij.

Zo gezegd, zo gedaan. Er werd een tasje ontwikkeld speciaal voor de Bio-Hoeve, en de verkoop verliep bijna als vanzelf. “Mond-tot-mondreclame was voor ons al bijna voldoende. We hebben ook wel even aan hoeveverkoop gedaan. De pakketten deden het echter zo goed dat we ons daarop volledig toelegden en stopten met de hoeveverkoop. Ook met de markten zijn we gestopt.”

Bijna 50 afhaalpunten, zo’n 1.000 klanten

Ondertussen zijn er al bijna 50 afhaalpunten waar klanten hun pakket kunnen afhalen. Opmerkelijk is dat de afhaalpunten vooral de Bio-Hoeve vinden. “We hebben niet echt op zoek moeten gaan naar afhaalpunten. Het gaat om buurtwinkels, natuur- en voedingswinkeltjes, maar ook om gewone particulieren. Onze groenten komen ook bij een Boeren & Buren- punt terecht, maar dat is niet zo’n groot succes, merken we. We denken dat dit komt omdat ze vooral commercieel gericht zijn en minder voeling hebben met het boerenleven.”

De regio breidde ook langzaamaan uit. Tussen Antwerpen, Aarschot en de grens met Nederland zijn er op regelmatige afstand wel afhaalpunten te vinden.

Van veiling naar groothandel

Daarnaast leverde Marc vroeger aan Brava, nu BelOrta. “Daar konden we onze bioproducten aan leveren. Indertijd was er nog niet veel sprake van bio.” Toch stopte hij met die aanlevering. “We merkten wel wat ups en downs bij de veiling. Ondertussen was er een grote teler van biogroenten, André Vanhaeren, die besloot om groothandelaar te worden. We kennen de groothandelaar nu als Biovibe, en leveren een groot deel van onze groenten aan hen.”

Biovibe neemt enkel groenten aan in grotere hoeveelheden. “Daarom zetten we van sommige groenten 0,5 ha. Zo hebben we nu knolselder en pompoen staan, maar we verkopen aan hen ook Chinese kool, witte kool, rode kool en boerenkool. Ook een deel van onze serreteelt gaat die richting uit.”

Seizoensgebonden werkt

In de pakketten komen de groenten die typisch zijn voor het seizoen. De klant kan de groenten niet kiezen, maar weet wel de week op voorhand wat erin komt. “Het is een heel vrijblijvende formule. De klanten bestellen op het moment zelf en hangen niet vast aan een abonnement. Ze betalen en erna weten ze via onze website wat ze krijgen. Zo kunnen ze hun boodschappen erop afstellen”, klinkt het. “Deze week zal de klant bijvoorbeeld een mix krijgen van onder andere prei, koolrabi en pompoen.”

Er zitten echter ook groenten in de pakketten die niet recht van zijn veld komen. “Sommige teelten zijn teelttechnisch voor mij moeilijk. Wortelen bijvoorbeeld, die koop ik dan aan van Biovibe, en die komen ook bij in de pakketten.”

Dé troef van de Bio-Hoeve is het aantal teelten. Een groot gamma aan groenten is interessant voor de klanten, is Marc’s redenering.
Dé troef van de Bio-Hoeve is het aantal teelten. Een groot gamma aan groenten is interessant voor de klanten, is Marc’s redenering. - Foto: Jaan Naets

Met respect voor bodem en natuur

Van biolandbouwers wordt wel vaker gezegd dat ze een goede voeling hebben met de natuur. Dat is ook zo voor Marc en Jaan. Inzicht in de bodem is een belangrijke fundament voor het bedrijf, en daarom wordt er vaak een bodemstaal genomen. “Een gezonde bodem is als een gezond lichaam. We gaan ervan uit dat geen of weinig problemen optreden wanneer de bodem in goede conditie is. Stalmest, groenafval en groenbemesters zorgen voor voldoende organisch materiaal. Ze maken ook gebruik van natuurlijke gesteenten en mineralen: lavameel (= gemalen lavagesteente), basalt met een hoog magnesiumgehalte, zeewierkalk of dolomietkalk en het kleimineraal bentoniet.

Ze besloten ook een vogelvoedselgewas uit te zaaien op een breedte van 6 m. De strook ligt er nog mooi bloeiend bij, en vooral de zonnebloemen vallen op. “Elk jaar zaaien we die strook terug in, het is een vijfjaarlijkse verbintenis die we met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) aangingen”, klinkt het. Op een perceel dat iets verder ligt, zorgt een bloemenrand dan weer voor voordelen voor bijen.

Aan één van de percelen werd een vogelvoedselgewas ingezaaid en dat ligt er nog mooi bloeiend bij.
Aan één van de percelen werd een vogelvoedselgewas ingezaaid en dat ligt er nog mooi bloeiend bij. - Foto: MV

Toch smaken sommige agrobeheermaatregelen een beetje wrang. Het planten van heggen vindt Marc de feiten achternahollen. “Ik heb het gevoel dat we nu moeten goedmaken van wat er verkeerd is gegaan in de jaren 70. Door ruilverkavelingen zijn er toen heel wat houtkanten verdwenen. Dat had niet moeten gebeuren. Het kortzinnige beleid van toen betalen wij nu terug”, klinkt het.

Vele handen…

Het leukste is om in de open lucht te zijn, vindt Marc. “Je bent je eigen baas, maar eigenlijk is dat ook relatief. Je moet hard werken, want je moet vooruit. Ik werk nu harder dan ooit”, vertelt hij. Ook zijn zoon Jaan werkt mee in het bedrijf. Hij startte er 3 jaar geleden om zich te bekommeren om de verkoop van de pakketten en de distributie ervan. Hij brengt namelijk zelf de pakketten rond. Eenmaal in de week komen er 1 tot 5 personen helpen om de pakketjes klaar te maken.

“Af en toe helpt hij mee op het veld, maar dat is vooral mijn ding”, vertelt Marc. Zijn dochter Hanna is ook af en toe op het veld te vinden. Wanneer er geplant moet worden met de plantmachine, helpt zij mee. Zijn andere 2 kinderen, Stien en Kobe, zijn niet veel in het land. “Maar ook zij helpen wel eens mee, zoals bij de oogst.”

Volgend jaar gaat hij op pensioen, maar wat er met het bedrijf zal gebeuren, is nog afwachten. Jaan geeft aan het eventueel te willen overnemen, maar is nog niet zeker. Marc kijkt nu alvast tevreden terug op het boerenleven, maar moet wel wat toegeven. “De boerenstiel, ik vind dat een prachtige stiel, maar zonder opleiding starten is niet evident. Ik ben een boerenzoon, maar mijn ouders teelden geen groenten. Er stroomt dus wel boerenbloed door mij, ik heb doorzettingsvermogen en dat is nodig om tegenslagen te boven te komen.”

Marlies Vleugels

Bioproblemen de baas

De iets grotere velden zijn wat betreft onkruidbestrijding gemakkelijk te onderhouden, want dat kan mechanisch door te schoffelen. “En door het leggen van een vals zaaibed vermijden we ook al heel wat onkruid. De kleine velden pakken we nog altijd handmatig aan”, geeft hij mee.

Veel last van plagen en ziekten hebben ze gelukkig niet. “Voor ons zijn er wel voldoende biologische middelen voorhanden. Als gewasbescherming wordt regelmatig gestoven met basaltmeel of gespoten met zeewierextract.” Bovendien is er op de Bio-Hoeve wat oppervlakte voor grasland. Dat staat samen in de rotatie met groenten, om bepaalde ziekten en plagen te vermijden. Groenten van dezelfde familie komen pas na 3 tot 6 jaar op dezelfde plaats terug.

Het gras dat hij oogst, wordt verkocht als hooi. “Een simpel en goed systeem voor ons”, aldus Marc. “Een aantal jaren hebben we ook granen geteeld, maar daar zijn we van afgestapt.”

MV

Meest recent

Meest recent