Startpagina Groenten

Zeekraal telen is niet eenvoudig

Zilte groenten, zoals zeekraal, staan steeds meer in de belangstelling, ook omdat zeekraal in restaurants door koks steeds meer wordt gebruikt. Het is volgens de Zeeuwse zeekraalteler Hubrecht Janse absoluut geen gemakkelijk gewas om te telen. Naast de teelt van verse zeekraal teelt hij ook zeekraal voor het zaad, waar inmiddels wereldwijde interesse voor is.

Leestijd : 7 min

Maatschap Janse uit Wolphaartsdijk is van Maarten en Hubrecht Janse en heeft 3 takken, namelijk zilte groenteteelt, een gangbaar akkerbouwbedrijf en een landschapscamping. Hubrecht: “Opa Janse woonde hier op een boerderij achter de dijk. Hij was akkerbouwer en loonwerker. Toen in 1961 dit gedeelte – waar nu onze thuislocatie is – droogviel als gevolg van de Nederlandse kustverdedigingswerken ‘Deltawerken’, konden wij dit drooggevallen land aankopen.”

Daardoor ontstond het huidige Veerse Meer in Zeeland en kon de familie Janse (vader Janse en een oom) naar in totaal 130 ha groeien. De 3 belangrijkste teelten van het akkerbouwbedrijf waren consumptieaardappelen, granen en suikerbieten. Hubrecht: “En die teelten zijn nog steeds de 3 belangrijkste teelten van ons akkerbouwbedrijf.”

Het areaal met zeekraal breidde intussen uit naar 3 ha. Hubrecht (bij ons bezoek dit voorjaar): “Dit is een ‘bruto’ areaal, want wij telen op bedden en gebruiken vaste rijpaden.”
Het areaal met zeekraal breidde intussen uit naar 3 ha. Hubrecht (bij ons bezoek dit voorjaar): “Dit is een ‘bruto’ areaal, want wij telen op bedden en gebruiken vaste rijpaden.” - Foto: DvD

Meerwaarde creëren

Vader en oom Janse bewerkten de voormalige schorren en zetten ze om in akkerbouwland. Begin jaren 80 kwam aan de rand van het Veerse Meer gaandeweg de recreatie steeds meer op. De familie Janse speelde daar gelijk op in en begon een mini-camping. Hubrecht: “Naast Nederlandse campinggasten kregen wij ook veel Belgische campinggasten.” Hubrecht wilde echter meer dan alleen akkerbouwer worden. Hij dacht er eerst aan om zijn akkerbouwproducten zelf te transporteren of om ze zelf te verpakken, zodat ze rechtstreeks aan de retail geleverd konden worden. Hij wilde sowieso een meerwaarde creëren voor zijn akkerbouwproducten. Hubrecht: “Je moet je voorstellen dat ik ben opgegroeid in een tijd dat mijn ouders zeiden ‘zodra de aardappels 0,50 cent/kg doen, kan er weer wat gebeuren.’ Ze waren zuinig dus. In de jaren 80 had je de boterberg en de melkplas, zoals het heet. Overproductie.”

Dat Hubrecht boer wilde worden, vond zijn vader niet zo heel verstandig. Die raadde het hem zelfs af. Hubrecht: “Vader zei: jij kunt zo goed leren, je kunt beter een goede baan zoeken”. Mijn vader wilde zelfs een ‘te koop’ bord in de tuin zetten op den duur en deze boerderij verkopen. Maar ik zei dat ik dat niet wilde.” De Zeeuwse boerenzoon deed vervolgens het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO) en ging daarna naar Wageningen Universiteit Agrarische economie studeren.

Keerpunt voor bedrijf

Nadat Hubrecht in 1996 geslaagd was, ging hij werken bij de fruitveiling in Geldermalsen en later bij The Greenery. Ondertussen wilden de vader van Hubrecht en zijn oom het akkerbouwbedrijf splitsen. In 1999 was de splitsing een feit. Broer Maarten ging in die tijd naar de agrarische hogeschool in Dronten en vader Janse wilde de camping uitbreiden.

Een echt keerpunt was er begin 2000, toen de familie Janse hoorde dat men de waterkwaliteit in het Veerse Meer te matig vond. “Er werd een doorlaat in de dam naar de Oosterschelde gemaakt, zodat het water van het Veerse Meer ververst kon worden. Dit zou echter betekenen dat het Veerse Meer weer zouter zou worden. Verder wilde de overheid het winterpeil in het Veerse Meer verhogen. Dit zou betekenen dat er meer kweldruk zou komen en dat op ongeveer 20 ha van onze laagst gelegen percelen zowel verzilting als vernatting zou optreden.”

Na familieoverleg besloot de familie Janse in 2006 om met zilte groenteteelten te beginnen. Hubrecht werkte in dat jaar nog bij The Greenery en precies in die tijd kwamen steeds meer speciale groenten en fruit op de markt, bijvoorbeeld de snackgroentes zoals snoeptomaatjes en dergelijke. “Ik dacht op dat moment: zou de teelt van zeekraal niet iets wezen voor ons bedrijf? Via de Hogeschool Zeeland kwamen wij in contact met de Belgische wetenschapper Joost Bogemans. En die had veel kennis van zeekraal(teelt) en hij had ook zeekraalzaad.” Dus ploegde de familie in 2006 als proef 500 m2 van een tarweperceel om en maakte het perceel klaar voor zeekraalteelt.

Zeekraal is echt pionieren

Maarten richtte zich binnen de maatschap vooral op het akkerbouwbedrijf (60 ha gangbare akkerbouw) en op de landschapscamping, Hubrecht stortte zich vol overgave op de teelt van zeekraal. Om zeekraal te kunnen telen, ploegde hij de grond om, maakte het zaaibed klaar, legde een afwateringssysteem aan en zaaide het perceel daarna in. Ook werd er een irrigatiesysteem aangelegd. Hubrecht: “Dat kostte nog wel wat overigens. We zijn trouwens niet met een scherp financieel plaatje begonnen in 2006. Gewoon die 500 m2 ingezaaid half maart. Het was trouwens héél spannend hoe het op zou komen.” Wat daarbij volgens Hubrecht extra lastig is, is dat er, wat zeekraal betreft, bijna geen bedrijven of voorlichters zijn om je te helpen. Er is totaal geen expertise. Hubrecht: “Dus het is echt pionieren. De teelt van zeekraal is een heel precair proces.”

Het eerste jaar kwam de zeekraal goed op, maar de afzet was een uitdaging. In eerste instantie verkochten ze de zeekraal aan de deur en aan campinggasten. Om de afzet goed te kunnen regelen, benaderden ze vanaf 2007 boerderijwinkels, handelshuizen en restaurants. Hubrecht: “Handelshuizen en retail zijn lastig, omdat je daar met je eigen productie toch snel te klein voor blijkt te zijn ,of omdat men jaarrond met één leverancier wenst te werken.”

Uitbreiding volgde vanaf 2008, maar niet alles lukte vanzelf. Dat kwam ook omdat het perceel niet eenzelfde grondsoort had. Op sommige plaatsen is de zeeklei (15% afslibbaar) wat zanderiger. En verder heb je, ook bij zeekraal, last van ziektedruk en onkruiden. Hubrecht: “Schimmeldruk, bijvoorbeeld van meeldauw en phytophthora, maar ook grondgebonden ziektes en (zilte) onkruiden.”

Een irrigatiesysteem is noodzakelijk bij de teelt van zeekraal. Afhankelijk van de behoefte pompt Hubrecht zout/zilt zeewater uit het naastgelegen Veerse Meer over zijn zeekraal. “Verder is het ook heel mooi als er in het voorjaar ook af en toe een milde zoetwaterregenbui over de zeekraal valt. Vooral in april, net na het inzaaien, is dat heel gunstig. Je zou het niet denken, maar zeekraal houdt ook niet van té zout. De kunst is precies de juiste balans tussen zout/zilt en zoet water te vinden en dat ook nog eens precies op het juiste moment van de ontwikkeling van de plant”, aldus Hubrecht.

Tijdige zaai

Die eerste jaren werd de zeekraal overigens met de hand geoogst tussen eind mei en begin september. Dat viel de familie echter dermate tegen dat Hubrecht al gauw op zoek ging naar mogelijkheden om het zilte gewas mechanisch te oogsten. Op een beurs liep hij tegen een thee-oogstmachine aan en die bleek, als je hem enigszins ombouwde, ook geschikt te zijn om zeekraal mee te oogsten. “Hierdoor waren wij tot voor kort waarschijnlijk de enige in de wereld die voor de oogst van zeekraal een machine gebruikte.” Het principe van zeekraaloogstmachines is dat de zeekraal eerst geknipt wordt en vervolgens van de messenbalk afgeblazen wordt in een zak. De Zeeuwse zeekraalteler probeerde het zaaimoment zo vroeg mogelijk in het voorjaar te laten plaatsvinden, maar in de praktijk is het meestal half maart. “Anders is het land eenvoudigweg te nat om de zeekraal te kunnen oogsten.”

In november vorig jaar kon de zeekraalteler nog zeekraal oogsten met zijn nieuwe oogstmachine.
In november vorig jaar kon de zeekraalteler nog zeekraal oogsten met zijn nieuwe oogstmachine. - Foto: Zeekraalbedrijf Janse

Sinds 2007 richt de familie Janse zich niet alleen op verse zeekraaloogst, maar ook op de teelt van zeekraal voor zaadvermeerdering. Hubrecht: “Wij telen om 2 redenen zaad. Ten eerste bleek de kwaliteit van het zeekraalzaad cruciaal te zijn voor een goede opkomst van de zeekraal en inmiddels willen bedrijven wereldwijd zeekraalzaad. Dit is een van onze belangrijkste economische activiteiten inmiddels.” De Zeeuw werkt in de vermarkting van de zeekraal samen met Joost Bogemans van Serra Maris uit het Belgische Ninove.

Doel: jaarrond teelt

Inmiddels is het areaal met een tweede locatie op Noord-Beveland, uitgebreid naar 3 ha. Hubrecht: “Ik zeg altijd 'bruto' 3 ha, want wij telen op bedden en gebruiken vaste rijpaden. Het is altijd afwachten wat er aan gewas afkomt.” Rond begin februari staan de zeekraalstoppels nog op het land en ligt er zeekraalzaad in de opslag. In de hangar staan nog een aantal kuubskisten met het restproduct van de zeekraal zaadteelt. Hubrecht: “Die ga ik gebruiken als bemesting c.q. organische stof voor de zeekraalpercelen, maar ik probeer er ook nog andere toepassingsmogelijkheden voor te zoeken.”

De teelt van zeekraalzaad heeft voor de Zeeuw nog een voordeel: de arbeidsverdeling is veel beter over het jaar. Met alleen verse zeekraal, dat je regelmatig moet oogsten doordat het continu groeit, ben je ‘s zomers erg druk. “De zeekraal voor de zaadproductie heb ik in november geoogst en die ben ik nu aan het verwerken. Binnenkort lever ik dit zeekraalzaad uit.”

In de hangar staan nog een aantal kuubskisten met het restproduct van de zeekraal zaadteelt.
In de hangar staan nog een aantal kuubskisten met het restproduct van de zeekraal zaadteelt. - Foto: DvD

Ondertussen onderzoekt de familie Janse ook de mogelijkheden van een jaarronde teelt in een indoorfaciliteit. Hubrecht: “Zeekraalteelt is namelijk sterk afhankelijk van de weersinvloeden. Bij warm weer groeit zeekraal snel, dus dan moet je je verse zeekraal wel oogsten. Alleen... heb je dan ook de klanten ervoor? In de zomer koken mensen vaak minder uitgebreid dan ‘s winters, maar mijn gewas is pas ‘s zomers beschikbaar.”

Kwaliteit belangrijk

Over uitbreiden denkt de Zeeuwse zeekraalteler nog niet na. “Reden is dat er nog ruimte zit in het maximaliseren van de opbrengst van het huidige areaal. Dat wil ik eerst bereiken. Verder moet ik, als ik wil uitbreiden, ook weer een relatief duur irrigatiesysteem aanleggen.” Kwaliteit leveren is ook heel belangrijk volgens Hubrecht. Serra Maris kijkt bijvoorbeeld sterk naar de kiemkracht en zuiverheid van het zeekraalzaad en of er niet te veel onkruid bij zit.

Mogelijk heeft Hubrecht ook opvolging, want zijn zoon Dies van 16 jaar wil ook zeekraalteler worden. Die zit nu nog op de havo. Hubrecht: “Elk vrij uurtje loopt hij echter met mij mee naar de zeekraalpercelen.” Ilse, de vrouw van Hubrecht, helpt ook mee: zomers met het oogsten en verpakken van de verse zeekraal en daarnaast ook met de marketing.

Dick van Doorn

Lees ook in Groenten

Meer artikelen bekijken