Startpagina Granen

Onkruidbestrijding in triticale beproefd

De Universiteit Gent, Vakgroep Toegepaste Biowetenschappen, samen met de Hogeschool Gent, Faculteit Natuur en Techniek en het Land- en Tuinbouwcentrum Waasland legden tijdens het groeiseizoen 2016-2017 respectievelijk te Bottelare en te Sint-Niklaas een onkruidbestrijdingsproef in triticale aan.

Leestijd : 3 min

Negen herbicidencombinaties werden in het voorjaar op een licht zandleem perceel te Bottelare uitgetest bij de triticalecultivar Vuka (Tabel 1). De behandelingen werden toegediend op 25 maart 2017.

Het gewas was op het tijdstip van behandeling einde uitstoelingsfase. De onkruidflora werd gedomineerd door muur (13 pl/m²), klein kruiskruid (16 pl/m²) en paarse dovenetel (16 pl/m²). Ook klaproos en herderstasje kwamen voor, maar in te geringe mate om opgenomen te worden in de resultatentabel.

Proeflocatie Bottelare

De meeste behandelingen ruimden de onkruidpopulatie goed op. Het is belangrijk te melden dat de onkruiddruk op het perceel heel laag was, mede door het koude en natte voorjaar. Enkel na behandeling met Othello + Hussar Ultra en Capri Duo + Pixxaro EC + Actirob B werd een heel kleine hoeveelheid muur gespaard.

De onbehandelde controle gaf een opbrengst van 9.738 kg/ha. Alle opbrengstresultaten werden uitgedrukt relatief ten opzichte van deze onbehandelde controle. Er werden geen significante verschillen tussen de behandelingen genoteerd.

De onbehandelde controle gaf de op één na hoogste korrelopbrengst (100 %), voorafgegaan door behandeling 3 met Biathlon Duo + Capri + Actirob B met een opbrengst van 100,2 % (+ 0,2% t.o.v. onbehandeld). Alle overige behandelingen behaalden een lagere korrelopbrengst (- 0,4 % tot - 5,2 %) dan de onbehandelde controleopbrengst.

Vermoedelijk is dit te wijten aan de lage onkruiddruk, waardoor er weinig onkruid-concurrentie in de onbehandelde proefpercelen kon optreden. Na bepaalde proefbehandelingen (behandelingen 6, 7, 8, 9 en 10) werd zichtbare gewasbeïnvloeding onder vorm van chlorose opgemerkt, die mogelijks ook een opbrengstdaling veroorzaakte, weliswaar niet significant verschillend van de onbehandelde controle.

Proeflocatie Sint-Niklaas

In deze onkruidbestrijdingsproef werden op een licht zandleemgrond op 27 maart 2017 negen behandelingen uitgevoerd en vergeleken naar overblijvende onkruiden en opbrengst met een onbehandeld object (controle). Het stadium van toepassing was einde uitstoeling-oprichten.

In de controle kwam wat windhalm, kamille en herderstasje voor, maar in zeer geringe mate waardoor de onkruidtellingen niet werden weerhouden.

De onbehandelde controle gaf een opbrengst van 9.458 kg/ha. Alle opbrengstresultaten werden uitgedrukt relatief ten opzichte van deze onbehandelde controle. Er werden geen significante verschillen tussen de behandelingen genoteerd. In tegenstelling tot de proef te Bottelare werd voor sommige behandelingen een kleine meeropbrengst ten opzichte van de onbehandelde controle genoteerd. Behandeling 7 (Biathlon + Atlantis + Actirob B) behaalde met 104,8 % de hoogste korrelopbrengst. Er werd bij geen enkel object remming of chlorose van het gewas waargenomen.

Besluit

Triticale reageert gemiddeld genomen gevoeliger op herbiciden dan tarwe. Vooral op lichtere gronden kunnen hoge dosissen van bodemherbiciden chlorose en soms uitdunning veroorzaken. Er zijn voor triticale geen rasverschillen voor chloortolurongevoeligheid gekend zoals bij tarwe. Het is wel aan te bevelen chloortoluron kort na zaaien toe te passen.

Er bestaan voldoende doeltreffende middelen om een goede tot zeer goede onkruidbestrijding uit te voeren in triticale. Daar er in het najaar minder de gewoonte bestaat om een vooropkomst of vroege na opkomst toepassing uit te voeren blijkt het tijdig inzetten in het voorjaar van een onkruidbestrijding ook in triticale noodzakelijk om een doeltreffend resultaat te bekomen. Bij vroege zaai is een herbicidentoepassing in het najaar (vooropkomst of na opkomst) noodzakelijk.

Gemiddeld genomen schiet triticale in het voorjaar vroeger door dan tarwe zodat bij het uitvoeren van eventuele correctiebehandelingen de nodige controle van het gewasstadium dient te gebeuren. Op te merken valt dat middelen op basis mecoprop niet inzetbaar zijn in triticale als correctiebehandeling.

V. Derycke, G. Haesaert, Universiteit Gent, faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, vakgroep toegepaste biowetenschappen, Gent

D. Martens, J. De Koker, Land- en Tuinbouwcentrum Waasland (LTCW), Biotechnische & Sport, Sint-Niklaas

Lees ook in Granen

Volg de bladluizendruk vooral in wintertarwe op

Granen Het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) meldt dat de gevoeligste fase voor het dwergvergelingsvirus op veel gerstpercelen voorbij is. In wintertarwe moet dit nog wel opgevolgd worden. Dwergvergeling dient voorkomen te worden door bestrijding van bladluizen.
Meer artikelen bekijken