Recht: Grondwettelijk Hof fluit Vlaamse decreetgever terug

Elke belanghebbende beschikt derde weer over de mogelijkheid om zelfs zonder het indienen van bezwaren op het einde van de rit een toegekende omgevingsvergunning aan te vechten.
Elke belanghebbende beschikt derde weer over de mogelijkheid om zelfs zonder het indienen van bezwaren op het einde van de rit een toegekende omgevingsvergunning aan te vechten.

S inds de invoering van de omgevingsvergunning in het Vlaamse Gewest als vervanging van de eerdere milieuvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen, vormt dergelijke omgevingsvergunning een cruciale en noodzakelijke vergunning om te kunnen exploiteren. Een bedrijf uitbaten zonder de noodzakelijke omgevingsvergunning is gewoonweg onmogelijk. Aangezien deze omgevingsvergunning bovendien voor onbepaalde termijn wordt toegekend, is het behalen van dergelijke omgevingsvergunning voor alle bedrijven van primordiaal belang.

Elke vergunningaanvrager is dan ook beducht voor alle zaken die de toekenning van zijn omgevingsvergunning in de weg kunnen staan. Daarbij kunnen de omwonenden of de belanghebbende derden, het zogenaamde betrokken publiek, zeer vervelende klanten zijn door het indienen van bezwaren en het aantekenen van beroepen tegen de omgevingsvergunningen.

Beperking beroepsmogelijkheid

Omdat de Vlaamse overheid de lange vergunningsprocedures met de daarmee samenhangende rechtsonzekerheid voor de aanvragers wou bestrijden, voerde ze een regeling in die het aan het betrokken publiek een stuk moeilijker maakte om de omgevingsvergunningen te blijven aanvechten.

Door middel van het decreet van 8 december 2017 wijzigde de Vlaamse decreetgever artikel 53 van het Omgevingsvergunningsdecreet en voorzag het in een nieuwe ontvankelijkheidsvoorwaarde voor het administratief beroep in het kader van de gewone vergunningsprocedure. Wanneer een aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure werd behandeld, konden leden van het betrokken publiek enkel een administratief beroep instellen wanneer zij tijdens het openbaar onderzoek een gemotiveerd standpunt, opmerking of bezwaar hadden ingediend, behoudens enkele uitzonderingen.

Tevens werd door artikel 105 van het Omgevingsvergunningsdecreet voorzien dat de leden van het betrokken publiek een uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunning, genomen in laatste administratieve aanleg, enkel konden aanvechten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, op voorwaarde dat zij een voor hen nadelige vergunningsbeslissing hadden bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid.

Klagende buren of (milieu)verenigingen moesten dus bijzonder alert zijn in de fase van de vergunningsprocedure, door enerzijds in elk geval bezwaar in te dienen en anderzijds indien nodig ook zelf administratief beroep in te stellen. Indien zij dit niet hadden gedaan kon het betrokken publiek de omgevingsvergunning niet meer aanvechten.

Beroep tot vernietiging

Tegen deze regels die het aanvechten van een omgevingsvergunning van derden bemoeilijkt, werd een beroep tot vernietiging ingesteld onder andere door de VZW Aktiekomitee Red de Voorkempen. De verschillende verzoekende partijen voerden aan dat de door hen aangevochten bepalingen het recht op toegang tot een rechter schenden, doordat zij de toegang tot de administratieve en gerechtelijke beroepsprocedures afhankelijk maken van het indienen van een gemotiveerd bezwaar tijdens het openbaar onderzoek.

Kortom de beroepsindieners waren van oordeel dat de Vlaamse overheid hen niet het recht tot het bestrijden van een vergunning kon ontnemen alleen maar omwille van het feit dat ze geen bezwaar hadden ingediend.

Vernietiging

zonder handhaving

Het Grondwettelijk Hof is de verschillende verzoekers in haar arrest van 14 maart 2019 gevolgd. Het Hof is van oordeel dat de aangevochten bepalingen de leden van het betrokken publiek, die pas in het kader van de bekendmaking van de uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing genomen in eerste of laatste administratieve aanleg gewezen worden op elementen van de aanvraag die voor hen nadelige gevolgen kunnen hebben, onvoldoende waarborg bieden. Met andere woorden: het betrokken publiek heeft met de huidige regelgeving geen gegarandeerde voldoende toegang tot respectievelijk de administratieve beroepsprocedure en het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Het Grondwettelijk Hof vernietigt op deze grondslag de aangepaste regels en bepaalt uitdrukkelijk dat ook de rechtsgevolgen voor het verleden niet behouden blijven. Dit betekent dat ook beroepen ingesteld door misnoegde buren of milieuorganisaties, zelfs op een ogenblik dat dit nog niet kon, plots toch rechtsgeldig worden. De vernietigde rechtsregels worden immers geacht nooit te hebben bestaan.

Toekomst?

Door de vernietiging beschikt elke belanghebbende derde terug over de mogelijkheid om zelfs zonder het indienen van bezwaren op het einde van de rit een toegekende omgevingsvergunning aan te vechten. Deze mogelijkheid is met onmiddellijk ingang van het arrest terug ontstaan.

Het valt af te wachten of de Vlaamse overheid in de toekomst nog een poging zal wagen om de beroepsmogelijkheden van het betrokken publiek te beperken…

Jan Opsommer

Abonneevoordeel

Als abonnee op Landbouwleven geniet u van een voordeeltarief van 45€ (excl. btw.) per vraag aan onze gespecialiseerde juridische dienst.

Het geschreven en gedocumenteerde antwoord wordt u met de post of per mail opgestuurd.

Stuur uw vraag per post naar: Landbouwleven - 100 Koningsstraat -1000 Brussel

Of per e-mail: juridischedienst@landbouwleven.be

- Betaling: via overschrijving op rekening BE31 1030 1157 0855 van Landbouwleven met de mededeling « Juridische vraag ».

(gelieve ten laatste 10 dagen na het sturen van uw vraag te betalen).

– niet-abonnees: tarief 85€

– Bepaalde gevallen zullen gepubliceerd worden in de krant (anoniem)

Meest recent

Meest recent