Startpagina Recht

Wat met het oude bijgebouw op onze hoeve waarvoor wij geen vergunning hebben?

Op onze hoeve staat een oud maar nuttig bijgebouw en dit minstens sinds mijn ouders meer dan 40 jaar geleden onze boerderij aankochten. In het kader van een nieuwe vergunningsaanvraag merkt de gemeente nu op dat er voor dit gebouw geen bouwvergunning zou zijn afgeleverd. Kan men mij nu nog verplichten om dit gebouw af te breken?

Leestijd : 3 min

Een gebouw dat zonder vergunning is opgericht, kan in principe het voorwerp uitmaken van een vordering tot afbraak van een overheid, bijvoorbeeld de gemeente, of van een derde, zoals een buurman. Voor overheden en derden gelden andere verjaringsregels, wat in jouw geval, gelet op de ouderdom van de gebouwen, zeer relevant is.

Voor overheden, zoals de gemeente, geldt voor jouw specifieke geval op grond van art. 6.1.41 §5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) een verjaringstermijn van 5 jaar, te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf gepleegd werd. Aangezien het bouwmisdrijf (als er al sprake is van een bouwmisdrijf) meer dan 40 jaar geleden werd begaan, is een vordering tot afbraak door een overheid in jouw geval verjaard.

Ook derden-belanghebbenden kunnen een vordering tot afbraak instellen voor een burgerlijke rechtbank. Zo zou bijvoorbeeld een buurman die hinder ondervindt van een onvergund gebouw in principe de afbraak kunnen vorderen. Echter, ook de vordering van een derde is aan verjaringsregels onderworpen. In de meest ongunstige hypothese was de verjaringstermijn voor derden-belanghebbenden 30 jaar vanaf de oprichting van het bijgebouw. Bij artikel 5 van de wet van 10 juni 1998 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring, werd deze verjaringstermijn gewijzigd naar 10 jaar.

De overgangsbepaling in artikel 10 van voormelde wet van 10 juni 1998 stelt dat wanneer de rechtsvordering is ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze wet, de nieuwe verjaringstermijnen waarin zij voorziet slechts beginnen te lopen vanaf haar inwerkingtreding. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer dan 30 jaar bedragen. Concreet was in 1998 de verjaring wellicht nog niet ingetreden. Bijgevolg begon een nieuwe verjaringstermijn te lopen van 10 jaar vanaf de inwerkingtreding van die wet, zijnde op 27 juli 1998. Deze termijn is aflopen op 26 juli 2008 om 24 uur. Ook voor derden is de vordering tot afbraak dus verjaard.

Op basis van de door ons gekende gegevens kan men je dus niet meer verplichten om tot de afbraak van je onvergunde bijgebouw over te gaan.

Vermoeden van vergunning

Dat men je niet meer kan verplichten om je bijgebouw af te breken, betekent nog niet dat dit gebouw nu vergund is.

Uit luchtfoto’s lijkt echter dat het betreffende bijgebouw wel reeds bestond voor 1977, en zodoende ofwel vergund is ofwel vermoed wordt vergund te zijn. Er bestaan 2 vermoedens van vergunning: een weerlegbaar vermoeden en een onweerlegbaar vermoeden.

Het onweerlegbare vermoeden geldt voor bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden voor 22 april 1962. Dit vermoeden houdt niet op bij langdurig onbruik van opgerichte constructies.

Het weerlegbare vermoeden geldt voor bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen ze gelegen zijn (in jouw geval 26 november 1977). Dit vermoeden kan in bepaalde gevallen worden weerlegd.

Procedure tot opname

Als individuele eigenaar heb je er belang bij om het voormelde vermoeden van vergunning te activeren. Concreet dient aan de gemeente op grond van 7.6.2,§1, 6° VCRO gevraagd te worden om het betreffende bijgebouw op te nemen in het vergunningenregister als ‘vergund geacht’ conform art. 4.2.14 § 2 VCRO. Hiervoor zal wel bewijs moeten aangeleverd worden dat het bijgebouw werd opgericht voor de inwerkingtreding van het gewestplan.

Vergunningenregister

Een vergunningenregister is een gemeentelijk gegevensbestand, waarin voor het grondgebied van de gemeente perceelsgebonden informatie is opgenomen met betrekking tot de ruimtelijke ordening. Concreet worden in het vergunningenregister de belangrijkste gegevens over de gebouwen die zich op een kadastraal perceel bevinden – zoals de vergunningstoestand, de afgeleverde bouwvergunningen en eventuele bouwmisdrijven – bijgehouden.

Eenmaal je gebouw in dit vergunningenregister is opgenomen als vergund, wordt het verder ook juridisch beschouwd als een vergund bouwwerk. Dat heeft voordelen voor het uitvoeren van herstellingen en aanpassingen.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Beëindigen van een vruchtgebruikerspacht

Recht Na de dood van mijn vader heb ik een perceel landbouwgrond geërfd. Mijn moeder erfde toen het vruchtgebruik en ik erfde de naakte eigendom. Omdat de landbouwuitbating van mijn vader beëindigd werd na zijn overlijden, heeft mijn moeder het desbetreffende perceel in pacht gegeven aan een landbouwer. Eind 2020 is mijn moeder op haar beurt ook overleden en ben ik de enige eigenaar geworden. Wanneer en hoe kan ik een einde maken aan deze pachtovereenkomst die door de vruchtgebruiker is afgesloten?
Meer artikelen bekijken