Startpagina Recht

Boerenprotest: waar liggen de grenzen?

Zowel in Nederland als in Vlaanderen zwelt de laatste maanden het protest tegen het stikstofbeleid aan. De standpunten worden scherper en de demonstraties bitsiger, maar waar ligt de grens tussen protesteren en strafbare feiten plegen?

Leestijd : 4 min

Een eerste type strafbare feiten die gepleegd kunnen worden tijdens het betogen, zijn inbreuken op de verkeersregels. Dat het negeren van bevelen van de politie strafbaar is, hoeft geen toelichting. Ook de regels omtrent het gedrag dat een weggebruiker in het verkeer moet aannemen, stellen echter grenzen aan wat tijdens een demonstratie kan.

Het verkeer

Zo moeten volgens art. 7.2 van de Wegcode alle weggebruikers zich zo gedragen op de openbare weg dat ze geen hinder of gevaar veroorzaken voor de andere weggebruikers, hierin begrepen het personeel dat aan het werk is voor het onderhoud van de wegen en de uitrusting langs de weg, de diensten voor toezicht en de prioritaire voertuigen. Een wegblokkade opwerpen is bijgevolg strafbaar.

Art. 7.3 van de Wegcode bepaalt trouwens verder dat het verboden is om het verkeer te hinderen of onveilig te maken door voorwerpen, zwerfvuil of stoffen op de openbare weg te werpen, te plaatsen, achter te laten of te laten vallen, hetzij door er rook of stoom te verspreiden, hetzij door er enige belemmering aan aan te brengen.

Ook is het verboden om aan de buitenkant van een motorvoertuig gevaarlijke versierselen of enig toebehoren aan te brengen die de gevolgen van een ongeval kunnen verergeren. Allerhande constructies of protestborden op tractoren en frontladers zouden onder dit verbod kunnen vallen.

Voor inbreuken op deze verkeersregels tijdens een betoging riskeren demonstranten een vervolging voor de politierechtbank, die dan kan resulteren in een geldboete die, kosten inclusief, al gauw tot enkele honderden euro’s kan oplopen.

Laster of eerroof

Tijdens demonstraties zijn politici dikwijls kop van Jut. Wanneer het gevoerde beleid duidelijk wordt bekritiseerd, kan er weinig discussie over bestaan dat dit onder het recht van vrije meningsuiting valt. Wanneer evenwel de personen die het beleid uittekenen in het vizier worden genomen, kan er sprake zijn van een strafbare gedraging als hiermee laster of eerroof wordt gepleegd.

Wanneer iemand iets kwaadwilligs wordt verweten, zodat dit deze persoon blootstelt aan publieke verachting, zonder dat men erin slaagt om het wettelijke bewijs ervan te leveren of wanneer het niet bewezen kan worden, begaat men een strafbaar feit. Wanneer een politicus in een demonstratie een dief zou worden genoemd, terwijl men niet kan bewijzen dat de persoon in kwestie ooit een diefstal pleegde, is er sprake van laster. Indien deze feiten tijdens een betoging plaatsvinden, zal er trouwens sprake zijn van een verzwarende omstandigheid.

Volgens art. 444 van het Strafwetboek wordt de schuldige aan laster gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot een jaar en met een geldboete van 26 euro tot 200 euro, wanneer de tenlasteleggingen geschieden in openbare bijeenkomsten of plaatsen. Deze bedragen moeten bovendien nog geactualiseerd worden met de opdecimes. Opdecimes zijn het getal waarmee een strafrechtelijke geldboete moet vermeerderd worden om de inflatie tegen te gaan. Een geldboete wordt thans vermenigvuldigd met de factor 8. Een geldboete van 200 euro bedraagt uiteindelijk dus 1.600 euro.

Bedreigingen

Naar aanleiding van één van de laatste betogingen legde minister Demir strafklacht neer wegens bedreigingen. Dit misdrijf staat ingeschreven in art. 329 van het Strafwetboek. Volgens dit artikel wordt de persoon die iemand door gebaren of zinnebeelden bedreigt met een aanslag op personen of eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden en met een geldboete van 26 euro tot 100 euro. Ook deze geldboetes moeten vermeerderd worden met de opdecimes.

Vernielingen

Jammer genoeg worden in allerhande betogingen, dikwijls door kleine minderheden, vernielingen aangericht. Op dergelijke vernielingen staan bijzonder zware straffen. Volgens art. 521 van het Strafwetboek wordt de persoon die gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, vliegtuigen of andere kunstwerken of bouwwerken die aan een ander toebehoren, geheel of ten dele vernielt, gestraft met opsluiting van 5 tot 10 jaar. Bij onbruikbaarmaking met het oogmerk om te schaden, is de straf 15 dagen tot 3 jaar gevangenis en een geldboete van 50 tot 500 euro, opnieuw te vermeerderen met de opdecimes.

In de rechtspraak werd eerder geoordeeld dat het opzettelijk indeuken van het koetswerk van een auto, het afbreken van een autoantenne of het vernielen van de voorruit van een voertuig, onder de toepassing van dit art. 521 Sw. vallen.

Toelating tot protesteren

In de meeste gemeenten van het land staat in het plaatselijke politiereglement ingeschreven dat voor elke samenscholing, betoging, activiteit of optocht, van welke aard ook, in de openbare ruimte en op privégrond die voor het publiek toegankelijk is, de toelating van de bevoegde overheid vereist is.

Zonder de noodzakelijke toelating van de bevoegde overheid is het door die politiereglementen verboden om op de openbare ruimte samenscholingen, betogingen, rellen of optochten die het voertuigenverkeer kunnen storen en gebruikers van de openbare ruimte kunnen hinderen, te organiseren, uit te lokken of om eraan deel te nemen. Een inbreuk op dergelijke verbodsbepalingen kan eveneens met een geldboete gesanctioneerd worden.

Protesteren en betogen kent dus grenzen die men het best niet overschrijdt, wil men niet met een stevige boete opgezadeld worden.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Wat te doen bij deze almaar stijgende energieprijzen?

Recht Met de winter in zicht stijgen de gas- en elektriciteitsprijzen tot ongekende hoogtes. Zo bleek uit een studie van Febeliec dat de energieprijzen voor ondernemingen in een jaar tijd vertienvoudigd zijn. Verschillende landbouworganisaties maken zich grote zorgen. Zo slaakte ook Copa-Cogeca nog vorige week een noodkreet, nu steeds meer agrarische bedrijven en voedselverwerkers in financiële moeilijkheden komen.
Meer artikelen bekijken