Stal van Schiplaken past oude landbouwtechnieken toe

Het echtpaar Leo en Lydia Haesaerts aan de slag met het planten van aardappelen volgens een oude landbouwtechniek.
Het echtpaar Leo en Lydia Haesaerts aan de slag met het planten van aardappelen volgens een oude landbouwtechniek. - Foto: RP

Belgische trekpaarden – in de volksmond ‘boerenpaarden’ – zijn grote en breedgebouwde koudbloedpaarden met een uitgesproken spierontwikkeling. Ze staan bekend om hun vermogen om zware lasten te trekken. Toen na de Tweede Wereldoorlog de tractoren meer en meer de trekpaarden vervingen, namen de activiteiten van de fokkerijen snel af. Het trekpaard en zijn cultuur verdwenen echter nooit helemaal. Momenteel zijn er enkele honderden actieve fokkers. Vandaag groeit de trend om trekpaarden meer in te zetten in toerisme, recreatie, sport en sociale economie.

Leo en Lydia

Twee van die gepassioneerde fokkers zijn Leo Haesaerts en zijn echtgenote Lydia Christiaens uit Schiplaken. Schiplaken is een deelgemeente van Boortmeerbeek en behoort samen met Kampenhout, Nederokkerzeel en nog enkele andere gemeenten tot de witloofstreek. Net als zijn vader was ook Leo witloofkweker. In 1965 bezat het bedrijf Haesaerts, zoals vele witloofbedrijven in de streek, een Letlands paard: een zware pony (zo’n 500 kg), lichter dan een trekpaard en beweeglijker. Het laatste paard verdween in 1970.

Bella

Leo kocht 25 jaar later (1995) bij een witloofkweker in Diegem de 7-jarige bruinschimmelmerrie Bella: een goed werkpaard dat tot haar 20ste is gebleven. Toen werd er nog niet aan fokken gedacht.

Het is pas vanaf de tocht van ‘Brussel naar Amsterdam’, die brouwerij Palm in 1998 organiseerde, dat bij Leo en Lydia de passie voor de trekpaarden is ontstaan, alsook hun voorkeur voor de vosse haarkleur. Van dan af begonnen de trekpaarden een grotere rol te spelen. Toen Leo stopte met het witloofbedrijf, werden de trekpaarden zijn grote hobby. De laatste 20 jaar houdt hij zich hobbymatig met trekpaarden bezig. Momenteel heeft hij 3 vosse paarden en een veulen (v. Hopper van Diepensteyn, hengst met Duitse origine van Brouwerij Palm). Zijn paarden stammen af van de vosse hengsten Dorus van Driesveld en Igor van Gaasbeek.

Zo werden vroeger de aardappelen geoogst.
Zo werden vroeger de aardappelen geoogst. - Foto: RP

Werken met trekpaarden

De oogst is binnen en dus dient er geploegd te worden. Leo vertelt ons: “Toen ik jong was, heb ik thuis op de boerderij altijd met trekpaarden gewerkt. Op het landbouwbedrijf dat ik professioneel heb gerund – vooral in de witloofteelt – gebeurde alles natuurlijk met de tractor, maar als je 3 van deze boerenpaarden hebt, moet je die af en toe ook eens gebruiken. Ze moeten immers in beweging blijven. Brabantse trekpaarden zijn net als de mens van nature lui. Ze staan liever in de stal dan dat ze willen werken. De mijne kennen echter hun taken en doen ze schijnbaar ook graag. In het najaar, na de graan- of maïsoogst, mogen ze nog eens met een tweespan voor de ploeg. Ik span ze ook geregeld voor de kar, voor een tocht langs rustige wegen.”

Antieke wagens

Leo is ook gepassioneerd door antieke karren, koetsen en wagens, die hij zelf herstelde. Hij werd daarbij gesteund door zijn echtgenote Lydia. Waar Leo verschijnt met een trekpaard, is ook Lydia in de buurt. Samen nemen zij deel aan stoeten, processies, ploegdagen, en wandelingen met trekpaarden. Ze zijn ook actief in het heemmuseum De Botermolen in Keerbergen.

Na de erkenning door Vlaanderen van de trekpaardencultuur als immaterieel erfgoed in 2018, paste het echtpaar Haesaerts nog meer de oude landbouwtechnieken toe, met dit jaar als hoogtepunt de teelt van aardappelen voor eigen gebruik: het veld ploegen, aardappelen planten, aan-aarden en oogsten. “Sinds ik gepensioneerd ben, gaat al mijn vrije tijd naar de paarden. Natuurlijk als hobby, maar wel een toffe hobby”, besluit Leo.

Bernard Lenaerts

Meest recent

Meest recent