Poperingse studenten op stage in het buitenland

Een leerling van het VTI mocht 2 weken meedraaien met het dagelijkse beroepsleven van het bedrijf waarbij hij stage liep, zoals hier tijdens het bomen rooien.
Een leerling van het VTI mocht 2 weken meedraaien met het dagelijkse beroepsleven van het bedrijf waarbij hij stage liep, zoals hier tijdens het bomen rooien. - Foto: VTI

De studenten hadden allerlei redenen om te kiezen voor een stage in het buitenland. In elk geval wilden ze iets anders, iets met een meerwaarde.

Ze wilden hun Frans of hun Engels bijschaven. Ze wilden kennis stelen van bedrijven die sowieso anders zijn dan deze bij ons. Hoe runnen ze daar een groot bedrijf? Hoe organiseert men het ‘hoveniers’-beroep in Nederland? Hoe zit het met culturele verschillen?

Ze willen op hun 17-18 jaar eens hun vleugels uitstrekken, hun geest verruimen en zich openstellen voor andere inzichten.

Criteria voor deelname aan stage

Om deel te mogen nemen aan ‘Green Students Abroad’ moesten de leerlingen toch aan enkele criteria voldoen. Ze moesten een motivatiebrief, een curriculum vitae en een voorstelling van zichzelf maken in het Nederlands en in de taal van hun stagebedrijf, Engels en Frans dus. Sommigen gebruikten vertaalprogramma’s om zelfs de documenten in het Tsjechisch te vertalen, wat daar ten zeerste werd gewaardeerd. Ze moesten een ‘trek-je-planproef’ doen om hun zelfstandigheid en burgerzin te oefenen. Ook tijdens de stage moesten een aantal door de school opgelegde taken gerealiseerd worden.

‘Landbouwleven’ in het buitenland

Er werden stageplaatsen aangeboden in Frankrijk, Nederland en Tsjechië. Tuinaanleggers, rundveetelers, schapenhouders, akkerbouwers en wijnbouwers boden aan om een stagiair(e) 2 weken te laten meedraaien met hun dagelijkse beroepsleven, maar ook met hun dagelijkse doen en laten, hun culturele eigenschappen.

De stage moest minimum 2 weken ononderbroken duren. Het weekend tussen de 2 werkweken werd grotendeels ingevuld met culturele activiteiten en gaf de studenten de kans om een vleugje van de streek en van zijn bevolking op te snuiven. De studenten mochten inwonen op het bedrijf of woonden in een gehuurde woonst. Sommigen stonden zelf in voor hun maaltijden en voor de was en de plas.

Het Erasmus+ project kwam tot stand in een samenwerking tussen 5 verschillende land- en tuinbouwscholen en Groene Kring.

Hans Pattyn, VTI

Meest recent

Meest recent