Welke opties voor een onderneming in moeilijkheden?

Welke opties voor een onderneming in moeilijkheden?
Foto: Belga

Elke onderneming die met liquiditeitsproblemen kampt, kan een procedure van ‘gerechtelijke reorganisatie’ starten voor de ondernemingsrechtbank. Een gerechtelijke reorganisatie kan enkel worden aangevraagd door de schuldenaar, dus niet door de werknemers noch door de schuldeisers. Als de rechtbank de vraag van de schuldenaar inwilligt, zal de schuldenaar gedurende een periode van 6 maanden beschermd worden tegen zijn schuldeisers.

Tijdens deze periode van zes maanden kunnen drie pistes worden onderzocht. Ofwel wordt getracht een minnelijk akkoord met de schuldeisers te sluiten omtrent de schulden, ofwel wordt een collectief akkoord gesloten waarbij de schuldeisers zich akkoord verklaren met een reorganisatieplan, ofwel wordt de overdracht van de onderneming mogelijk gemaakt onder toezicht van de ondernemingsrechtbank. In die laatste hypothese kan zowel een deel van de onderneming of de hele onderneming worden overgedragen.

Een akkoord beschermt de onderneming tegen faillissement. Indien de procedure gerechtelijke reorganisatie niet lukt of indien geen akkoord mogelijk is, kan de onderneming nog steeds het faillissement aanvragen.

Faillissement

Als een ondernemer niet meer in staat is om de financiële verplichtingen van zijn zaak na te komen, en de procedure gerechtelijke organisatie niet is gelukt, dreigt het faillissement. Het gaat daarbij niet om eenmalige of tijdelijke wanbetalingen: bij een faillissement kan de ondernemer zijn rekeningen structureel niet meer betalen en is er geen realistisch zicht op beterschap.

Om een onderneming failliet te verklaren dient gelijktijdig aan drie voorwaarden te zijn voldaan: vooreerst moet men ondernemer zijn om failliet verklaard te kunnen worden, daarnaast moet de ondernemer op een duurzame manier opgehouden hebben te betalen en tot slot moet alle vertrouwen in de kredietwaardigheid van de betrokken onderneming weg zijn. Concreet komt het er dus op neer dat een ondernemer niet alleen veel schulden heeft die hij niet kan betalen, maar ook dat hij geen kredieten of financiering meer kan krijgen.

De procedure van het faillissement wordt meestal opgestart door de ondernemer-schuldenaar door een aangifte van faillissement. Deze manier om tot een faillissement te komen, staat in het algemeen bekend als het neerleggen van de boeken omdat een handelaar vroeger effectief bepaalde stukken materieel moest neerleggen op de griffie van de rechtbank. Tegenwoordig moet de ondernemer online aangifte doen via het digitale platform ‘Centraal Register Solvabiliteit’ (regsol.be).

Door dit online platform van de overheid kunnen schuldeisers, gemachtigden en belanghebbenden insolventiedossiers opstarten, raadplegen of opvolgen. De procedure om een onderneming failliet te verklaren kan ook worden opgestart door middel van dagvaarding door de schuldeisers of het openbaar ministerie.

Als aan de faillissementsvoorwaarden is voldaan, spreekt de ondernemingsrechtbank het faillissement uit. Daarna stelt de rechtbank een curator (meestal een advocaat) en een rechter-commissaris aan. De curator zal daarna, onder toezicht van de rechter-commissaris, de resterende goederen van de onderneming verkopen, waarna de opbrengst wordt verdeeld onder de schuldeisers. Een faillissement is immers een collectief beslag ten voordele van de gezamenlijke schuldeisers. De hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers worden voor alle andere schuldeisers vergoed.

Tijdens de procedure kan de ondernemer zelf geen betalingen meer doen, noch verrichtingen en handelingen uitvoeren. Hij wordt ‘buiten bezit’ gesteld door de duur van de procedure en hij verliest het recht op beschikking en beheer van zijn vermogen. Na de verkoop wordt het faillissement afgesloten met een sluitingsvonnis van de rechter. In het nieuwe insolventierecht ligt de nadruk op preventie van faillissementen.

Jan Opsommer

Meest recent

Meest recent