Startpagina Tuin

Bemesting in de moestuin: Klaar voor de start?

Bemesting is de sleutel tot succesvolle teelten in de moestuin. In een natuurlijke omgeving waar planten groeien, bloeien en afsterven, ontstaat in de bodem een natuurlijk evenwicht tussen de mineralen die opgenomen worden door de planten en de mineralen die terug in de bodem terechtkomen wanneer de planten afsterven. In de moestuin waar we planten telen om ze nadien te oogsten, worden de opgenomen mineralen afgevoerd, waardoor de bodem jaarlijks aan vruchtbaarheid inboet.

Leestijd : 4 min

Om de moestuin vruchtbaar te houden zullen we dus regelmatig meststoffen moeten toedienen aan de bodem. Het voorjaar, wanneer we de grond bewerken, is het uitgelezen moment om dit te doen. Maar de ene meststof is de andere niet. Daarom zetten we bij het begin van het moestuinseizoen graag nog eens alles op een rijtje..

Plantenvoeding

Planten zijn autotrofe organismen. In gewone mensentaal betekent dit dat zij in staat zijn om zelf hun voedsel en hun bouwstoffen te produceren uit anorganisch materiaal (mineralen) met behulp van het zonlicht. Planten kunnen zich ook niet verplaatsen om op zoek te gaan naar de geschikte voedingsbronnen en zijn dus volledig aangewezen op het milieu (lucht en bodem) van de plaats waar ze groeien. Dit in tegenstelling tot dieren en mensen die voor hun voeding (energie en bouwstoffen) aangewezen zijn op organisch materiaal dat door andere organismen (planten) werd gevormd. Dit noemt men heterotrofe organismen.

Mineralen

Planten hebben dus behoefte aan mineralen om te kunnen groeien. Zo is uit studies gebleken dat een 10- tal mineralen in relatief grote hoeveelheden nodig zijn voor de groei van planten. Dit noemt men de macro-elementen. Andere mineralen zijn in kleinere hoeveelheden (+/- 1 mg/l) nodig, dit noemt men de micro-elementen. Een goede moestuingrond dient al deze mineralen in voldoende hoeveelheden voorradig te hebben om een goede oogst te garanderen. Men heeft kunnen vaststellen dat bijna al deze elementen van nature in voldoende mate in de bodem aanwezig zijn, behalve stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Deze elementen zijn soms in te kleine hoeveelheden of in een onopneembare vorm aanwezig in de bodem. Men heeft ook kunnen vaststellen dat het gehalte van deze 3 elementen sterk daalt na een aantal oogsten.

Teeltmaatregelen

De vorige generaties land- en tuinbouwers, die niet de mogelijkheid hadden om de samenstelling van de grond te ontleden en niet beschikten over kunstmeststoffen (geconcentreerde mineralenmengelingen), hadden zo hun eigen teeltmaatregelen om uitputting van de grond te voorkomen. Deze maatregelen worden in de moderne moestuin nog steeds in ere gehouden. Zo wist men vroeger reeds dat niet alle planten alle mineralen in dezelfde mate opnamen, daarom deed men aan wisselbouw (het teeltplan in een goede moestuin houdt hiermee ook rekening). Zo plantte men het jaar volgend op aardappelen, die een grote kaliumbehoefte hebben, tarwe aan, een gewas dat een grotere behoefte heeft aan fosfaten maar minder kalium nodig heeft. Akkers bleven vroeger om de paar jaar braak liggen, op die manier konden onopneembare mineralen door verwering (invloed van klimaat en micro-organismen) omgezet worden tot voor de plant opneembare mineralen. Ook nu nog wordt braaklegging, in combinatie met groenbemesters, geadviseerd om de bodem in de moestuin vruchtbaar en gezond te houden. Ook de waarde van het plantaardig afval dat overbleef na de oogst werd op waarde geschat. Door het verassen (verbranden) van stro, aardappelloof enz. op het veld werd een deel van de mineralen bewaard voor de volgende teelten. Ook nu wordt ‘plantaardig afval’, zij het dan onder de vorm van compost, gebruikt om de mineralenvoorraad aan te vullen. Hoe dan ook, in een intensief gebruikte moestuin zullen bovenstaande maatregelen niet volstaan om een rijke oogst te verzekeren en zullen we extra meststoffen moeten toedienen.

Organische meststoffen

Dit zijn dierlijke en plantaardige afvalstoffen die aan de bodem worden toegevoegd. De aanwezige voedingsstoffen zijn meestal niet direct beschikbaar voor de plant en moeten eerst door bacteriën en schimmels worden omgezet tot voor de plant bruikbare mineralen. Vers organisch materiaal (stalmest en onverteerd tuinafval) heeft in eerste instantie zelfs voedingsstoffen nodig om te verteren, alvorens voedingsstoffen af te geven. Daarom is het beter om reeds verteerd materiaal (compost) te gebruiken. Organische meststoffen bevatten niet alleen voedingsstoffen, maar verbeteren, door hun hoog organisch stofgehalte, ook de bodemstructuur en stimuleren het bodemleven, waardoor er een goede lucht-waterhuishouding ontstaat in de grond. Voor een goede basisbemesting heeft men 2 à 3 kg verteerde stalmest nodig per m², en zo'n 5 à 10 kg compost (de laagste dosis volstaat voor een goed in evenwicht zijnde moestuin, de hoogste dosis wordt geadviseerd voor nieuwe moestuinen).

Daarnaast zijn er in de handel een hele reeks 'fabrieksmatige' organische meststoffen te koop die een geconcentreerde dosis meststof bevatten en ook het bodemleven stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn: basaltmeel, bloedmeel, Guano, gekorrelde dierlijke mest, ...

Anorganische meststoffen

Anorganische meststoffen, chemische meststoffen of kunstmeststoffen zijn stoffen van (meestal) niet-biologische oorsprong die kunstmatig gewonnen worden en die mineralen bevatten die als plantenvoeding kunnen aangewend worden. De mineralen in kunstmeststof komen voor onder de vorm van zouten die goed oplosbaar zijn in waterige oplossingen (bodemvocht). Daardoor zijn ze direct beschikbaar voor de plant of worden ze in goed onderhouden bodems vastgelegd in het klei-humus complex en blijven zo beschikbaar voor de plant. Kunstmeststoffen worden daarom het best toegediend kort voor of tijdens het groeiseizoen. Het nadeel is dat deze meststoffen weinig bijdragen aan het bodemleven of het verbeteren van de bodemstructuur. Het voordeel is dat de samenstelling precies gekend is en men dus exact kan doseren. Er bestaan enkelvoudige kunstmeststoffen, die hoofdzakelijk slechts 1 voedingselement bevatten (bv. superfosfaat bevat enkel P) of meervoudige kunstmeststoffen die meerdere voedingselementen bevatten, de zogenaamde NPK-meststoffen, die vaak voor specifieke doeleinden worden samengesteld (bv: tomatenmeststof, bloemenmeststof, gazonmeststof, ...).

Met kunstmeststof kan men meer gericht gaan bemesten.
Met kunstmeststof kan men meer gericht gaan bemesten. - GB

Respecteer steeds de dosis die geadviseerd wordt op de verpakking van gekochte meststoffen, overdoseren geeft aanleiding tot uitspoeling, waardoor het grondwater vervuild wordt en kan zelfs aanleiding geven tot allerlei stoornissen bij de plant, waardoor deze in plaats van beter, slechter gaat groeien. Een goede tuinier bemest met mate.

GB

Lees ook in Tuin

Goede raad bij de keuze van het juiste zaad

Actueel In de tuincentra hangen de zadenrekken weer propvol met kleurrijke zakjes gevuld met verse, kiemkrachtige zaden van tomaten in alle kleuren van de regenboog, van pompoenen in veel verschillende maten, zonnebloemen van groot tot klein, ronde wortelen, lange wortelen, rode kolen, witte kolen, groene kolen, Chinese kool, vroege en late bloemkool en nog veel meer moois en lekkers.
Meer artikelen bekijken