Startpagina Liefhebberstuin

Aalbes, zwarte bes en stekelbes: nostalgie op zijn lekkerst

Bessen zouden in geen enkele tuin mogen ontbreken. Vandaag bespreken we enkele bessensoorten die, behalve een zonnige standplaats, weinig eisen stellen aan hun groeiomgeving en heel beperkt zijn in omvang, waardoor ze echt in elke tuin passen. Ze doen het goed als afscherming van de compostplaats, afbakening van de moestuin of gewoon in de siertuin ergens achteraan in een border.

Leestijd : 5 min

Voor de tuinliefhebber die op zoek is naar authentieke smaken zijn deze bessen echte aanraders. En omdat ze zo weinig plaats nodig hebben, kunnen we gemakkelijk enkele verschillende soorten bessen aanplanten, zodat we de hele zomer lang voorzien zijn van verse tuinvitamientjes en er nog voldoende overblijven om heerlijke confituur of siroop van te maken.

Rode en zwarte bessen

Rode bessen (Ribes rubrum) of aalbessen en zwarte bessen (Ribes nigrum ), ook wel zwarte jeneverbes of cassisbes genoemd , waren niet weg te denken uit de oude boerentuinen. Ze brachten in de winter afwisseling en vitaminen, in de vorm van confituur, sap en siroop, in de vaak sobere boerenkost. Van de rode aalbes bestaan er ook roze en witte variëteiten die niet, zoals de rode bes, zuur smaken, maar eerder zoet. De rode bes bevat veel fruitzuren en pectine. Het hoge gehalte aan fruitzuren zorgt ervoor dat bij het koken (confituur en siroop) een groot deel van de vitaminen behouden blijft. Zwarte bessen bevatten dan weer bijzonder veel vitamine C. Met 170 mg per 100 g verse bessen bevatten ze zelf meer vit. C dan citroenen. Niet iedereen weet echter het ongewone, typische aroma van de zwarte bessenstruik te waarderen. Zwarte bessen kunnen best rauw van de struik gegeten worden of eventueel verwerkt worden tot sap en zo een goede vit. C-bron vormen in de wintermaanden. Rode en zwarte bessen groeien het best in de halfschaduw, maar geven meer en zoetere vruchten als ze groeien op een zonnige standplaats. Een lichtjes zure grond (pH +/- 6), die voldoende vocht vasthoudt, is ideaal. Omdat aalbessen oppervlakkig wortelen kan de bodem 's zomers best afgedekt worden met een mulchlaag om uitdroging te voorkomen. Rode aalbessen zijn zelfbestuivend, bij de zwarte bessen bestaan er echter soorten die bijna volledig zelfsteriel zijn. Beide soorten bessen dragen beter en rijker als er tenminste twee verschillende soorten worden aangeplant.

Rode aalbes.
Rode aalbes.

Snoei zwarte bes: De zwarte bessenstruiken geven de hoogste opbrengst op goed ontwikkelde en uitgerijpte 1-jarige takken. Voor een goede snoei worden de takken ouder dan 3 jaar kort boven de grond teruggesnoeid. De scheuten die op die manier ontstaan, geven gedurende de 2 volgende jaren vruchten. Bij zwarte bes kan ook, net na de oogst, in de zomer gesnoeid worden. Ook hier de oude takken best kort boven de grond wegsnoeien. De takken die dan nog diezelfde zomer gevormd worden, geven het jaar erop de grootste oogst.

Snoei rode bes: De rode bes en de witte bes zijn rassen die voortkomen uit eenzelfde botanische variëteit, de snoei van beide soorten mag dus op dezelfde manier gebeuren. Een groot voordeel van de aalbes is dat hij ook nog vruchten draagt op meerjarig hout en dus ook zonder snoei bessen draagt, zij het veel minder dan een goed gesnoeide struik. De snoei kan zich beperken tot het wegknippen van oude en afgedragen takken en het jaarlijks toppen of halveren van nieuwe sterke scheuten. Ook de zijtakjes mogen ieder jaar tot de helft teruggesnoeid worden. Zo bent u verzekerd van een goede jaarlijkse bessenoogst.

Stekelbes of kruisbes

Dit is een makkelijke plant die veel opbrengt, lekker bessen heeft en weinig onderhoud vraagt, maar jammer genoeg wel venijnige stekels heeft. Dat nadeel weegt echter niet op tegen de voordelen, zeker als men kiest voor een struik op stam, of ze aanplant in een haagsysteem, waardoor de oogst gemakkelijker en overzichtelijker verloopt. De kruisbes (Ribes uva-crispa) komt in België ook gewoon in de natuur voor, waar hij vooral wordt aangetroffen langs bosranden, in heggen en struwelen, op beekoevers en in de zeeduinen. Hij geeft de voorkeur aan licht- of hal beschaduwde plaatsen op licht vochtige, liefst kalkrijke gronden. Kruisbessen worden het best aangeplant in het rustseizoen (september tot maart), met een voorkeur voor het najaar. De hergroei verloopt dan vlotter en de kans is groot dat men het volgende jaar reeds een redelijke opbrengst heeft. Struiken worden het best aangeplant met een tussenafstand van 1,5 m. en 2 m tussen de rijen. Plant ze niet te diep, anders vormt de struik vervelende grondscheuten die telkens moeten weggesnoeid worden. Na het planten mogen de takken terug geknipt worden tot ongeveer een lengte van 10 cm (net boven een oog dat naar buiten wijst). Als gevolg van deze snoei zullen in het volgende seizoen talrijke nieuwe, krachtige scheuten ontstaan, waarbij men moet streven om 5 tot 8 krachtige takken over te houden. Wie het wat groter ziet en meerdere struiken wil aanplanten, kan ze op een rij planten, het zogenaamde haagsysteem, waarbij men 1, 2 of 3 takken opkweekt en dan aanbindt aan een raamwerk van steunpalen waartussen een 5-tal leidraden worden gespannen, waaraan de takken kunnen worden aangebonden. Voor de particuliere tuinliefhebber is het systeem met 1 of 2 takken aan te raden omwille van het eenvoudiger onderhoud. De tussenafstand tussen de struiken bedraagt dan respectievelijk 65 – 90 of 120 cm, de afstand tussen de rijen minstens 1,8 m. Kruisbessen worden ook vaak aangeboden op een stammetje. Zorg voor een stevige steunpaal die hoger is dan de kroon van de plant, zodat ook de hoofdloot van de kroon kan aangebonden worden om te vermijden dat de kroon uitbreekt ter hoogte van de entplaats.

Kruisbes.
Kruisbes.

Snoei kruisbes: Kruisbessen dragen het meeste vruchten op hout dat het vorig seizoen is gevormd (eenjarig hout) en ook nog wel wat op ouder hout. De snoei is er dan ook voornamelijk op gericht om voldoende nieuwe scheuten te krijgen en de sporen te behouden (korte stukjes ouder vruchthout die elk jaar een heel klein stukje nieuw hout vormen, waardoor ze amper in lengte toenemen, maar wel veel vruchten dragen). De snoei bestaat enerzijds uit onderhoudssnoei (verwijderen van grondscheuten, kruisende takken, zieke takken en naar binnen groeiende takken) en anderzijds verjongingssnoei om voldoende jong hout in de struik te behouden. Knip daartoe de nieuwgevormde verlengenis van de zijtakken met ongeveer de helft terug. Afhangende zijtakken op een oog dat naar boven is gericht, steilere zijtakken op een oog dat naar buiten gericht staat. De nieuw gevormde zijscheuten worden niet gesnoeid. Snoei oudere zijscheuten weg, zodat er minstens 10 cm tussen de zijtakken zit. Kruisbessen op stam worden gelijkaardig gesnoeid. Bij het haagsysteem worden enkel de zijscheuten behouden die uit de haag groeien. Deze worden niet gesnoeid, zijscheuten die in de rijrichting groeien worden volledig weggesnoeid. Meerjarig hout wordt jaarlijks weggesnoeid (tot stompjes van enkele cm) en vervangen door jonge, jaarse scheuten met voldoende (minstens 10 cm) tussenafstand. De snoei van goed dragende struiken kan best gebeuren na de oogst (zomersnoei). Snoeien in het voorjaar (februari – maart) kan ook, dit stimuleert echter de groei, waardoor er veel jong hout ontstaat (goed voor verjonging van oudere, minder goed dragende struiken) maar minder vruchten.

GB

Lees ook in Liefhebberstuin

Appels vergelijken met peren

Liefhebberstuin De eetbare tuin is in, en terecht. Vers geplukte appels, peren, kersen en pruimen smaken zoveel beter als je ze kan plukken uit de tuin. Niet alleen zijn ze knapperig vers, de keuze aan fruitrassen – en dus ook aan smaak – is veel ruimer dan de keuze binnen het gangbare, inlandse fruitassortiment dat wordt aangeboden in de supermarkt.
Meer artikelen bekijken