Startpagina Liefhebberstuin

Meidoorn: een klassieke haagplant met een stekelig kantje

De meidoorn is terug van weggeweest. Deze inheemse grote struik annex kleine boom werd in het verleden zeer gewaardeerd om zijn kwaliteiten als dichte haag. Er zijn sporen teruggevonden van gevlochten hagen uit de Romeinse tijd en ook in de vroege middeleeuwen werden meidoorns bewust aangeplant op en langs forten en bolwerken om de aanvallen van de vijand te belemmeren. Nog niet zo lang geleden werden meidoornhagen ook aangeplant rondom woningen en weilanden om met zijn scherpe, harde doornen ongewenste personen van en het vee op het erf te houden.

Leestijd : 4 min

V orige eeuw kreeg de meidoorn het echter zwaar te verduren. Door de uitvinding van de prikkeldraad werden steeds meer hagen en houtwallen gekapt en vervangen door prikkeldraad. De echte doodsteek kwam er toen eind jaren '70 bacterievuur opdook in België, een bacteriële plantenziekte die enkel kan bestreden worden door de aangetaste planten(delen) te verwijderen. Deze ziekte kwam ook voor op meidoorn. Om te voorkomen dat de ziekte zich zou verspreiden naar boomkwekerijpercelen of commerciële boomgaarden werd een campagne gevoerd om meidoornhagen zoveel mogelijk te verwijderen. Daardoor kwam de meidoorn in een kwaad daglicht te staan en werd nog nauwelijks aangeplant. Gelukkig is het tij nu gekeerd en wordt een (gemengde) haag van meidoorn nu weer volop geapprecieerd omwille van zijn landelijke uitstraling en zijn belang als gastheer voor allerlei dierlijk leven. Een echte aanrader dus mits men de nodige aandacht besteedt aan het voorkomen en eventueel bestrijden van bacterievuur.

Plantkundig

Het geslacht Meidoorn ( Crataegus) behoort tot de familie van de Rosaceae en komt van nature voor in Europa, Noord-Amerika, Azië en het noorden van Afrika. Het geslacht omvat honderden soorten waarvan er drie in België voorkomen. Vaak worden ook soorthybriden (het resultaat van onderlinge kruising tussen twee verschillende soorten) in de natuur aangetroffen. In België treffen we vooral de eenstijlige meidoorn ( Crataegus monogyna) aan, dit is ook de betere soort voor het aanplanten van hagen. De tweestijlige meidoorn (C. laevigata) is eerder zeldzaam, en de derde inheemse soort, de koraalmeidoorn ( C. rhipidophylla), is een echte zeldzaamheid. De drie soorten en de vele overgangsvormen ertussen herkennen is iets voor de echte plantkundigen, maar eigenlijk niet zo belangrijk, omdat ze visueel nauwelijks van elkaar verschillen en ze groeien in dezelfde biotopen. In de natuur treffen we ze vooral aan op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot droge, matig voedselrijke, zwakzure tot kalkrijke grondsoorten. Ze bloeien in … mei, dit jaar startte de bloei reeds in de tweede helft van april, met witte of soms lichtroze bloemen, die samenstaan in schermvormige pluimen. In “normale” omstandigheden valt de bloei samen met de Ijsheiligen (11,12 en 13 mei) en in sommige streken worden de koude nachten rond deze periode dan ook wel de haagdoornkoude genoemd. Ze bloeien opvallend rijk en zorgen dan voor de nodige kleur van de heggen, struwelen, bosranden, bermen en dijken, waarin ze vaak voorkomen.

Meidoorn als tuinplant

In de handel zijn heel wat meidoorn- soorten en selecties te verkrijgen die het goed doen als middelgrote bomen. Ze worden vooral gewaardeerd om hun rijke, meestal witte, soms roze bloei en hun opvallend rode bessen die een lekkernij zijn voor de vogels. Sommige soorten worden minder frequent geteeld, maar mits het nodige speurwerk kan men ze hier of daar wel op de kop tikken.

Crataegus crus-galli of Hanendoorn is afkomstig uit oostelijk Noord-Amerika en wordt tot 5 m hoog. Het is een breed uitgroeiende boom met opvallende 8 cm lange purperen doornen. De fel glanzend groene eivormige bladeren verkleuren in de herfst prachtig oranje. De trossen witte bloemen verschijnen in juni en maken algauw plaats voor dieprode vruchten (1 cm) die de hele winter aan de boom blijven.

Crataegus laciniata of Oosterse meidoorn, afkomstig uit Zuidoost-Europa, is een schilderachtige boom met gedraaide, vrijwel ongedoornde takken, een grofschubbige schors met oranje en roze tinten en smalle, diep ingesneden bladeren, die langs beide zijden licht behaard zijn en daardoor een donker grijsgroene tint hebben. De witte bloesems verschijnen in juni en worden gevolgd door grote (18 mm) helderrode vruchten.

C. m. 'Fastigiata' is een smal blijvende variant van de eenstijlige meidoorn met stijf recht omhoog groeiende takken. C. m. 'Pink May' is eveneens een variant van de eenstijlige meidoorn met tere, roze bloemetjes. Een populaire variant van de tweestijlige meidoorn is de C. l. 'Paul's Scarlet' , vaak aangeplant als laanboom en in parken en tuinen. Een mooie half-grote boom (4 tot 6 m) met een compacte kroon en licht afhangende takken die in mei zeer rijk bloeit met gevulde karmijnrode bloemen die van binnenuit witachtig verbleken. Ook de C. l. 'Plena Alba' heeft gevulde maar dan witte bloemen.

Meidoornhaag kan op dezelfde wijze aangeplant worden als beukenhaag. De plantjes kunnen in de rustperiode (half oktober tot half april) de grond in. Voor een mooi gevulde haag plant men 4 tot 5 plantjes per lopende meter. Snoei in het eerste groeijaar de zijtakjes in tot 10 cm van de stam. Wacht met het wegsnoeien van de toppen tot de haag de gewenste hoogte bereikt heeft. Van dan af kan de haag 2 maal per jaar gesnoeid worden. Doordat een meidoornhaag bladverliezend is, leeft ze mee met de seizoenen. Voor een strak effect wordt de haag het best 2 x per jaar geschoren, voor een meer formele haag volstaat 1 scheerbeurt. Om problemen met bacterievuur te vermijden wordt het best geschoren voor de winter, de haag zal dan wel niet bloeien in het voorjaar, maar de kans dat de haag (via de bloesems) besmet raakt met bacterievuur is veel kleiner. Mocht er toch besmetting met bacterievuur waargenomen worden, snoei dan de aangetaste delen zo snel mogelijk weg (50 cm onder de besmetting) en verbrand ze, zodat de besmetting niet kan uitbreiden en vergeet ook niet het gebruikte snoeimateriaal te ontsmetten.

GB

Lees ook in Liefhebberstuin

Appels vergelijken met peren

Liefhebberstuin De eetbare tuin is in, en terecht. Vers geplukte appels, peren, kersen en pruimen smaken zoveel beter als je ze kan plukken uit de tuin. Niet alleen zijn ze knapperig vers, de keuze aan fruitrassen – en dus ook aan smaak – is veel ruimer dan de keuze binnen het gangbare, inlandse fruitassortiment dat wordt aangeboden in de supermarkt.
Meer artikelen bekijken